De Europese Commissie wil een belangrijke verandering doorvoeren bij overheidsaanbestedingen. Niet langer moet de laagste prijs doorslaggevend zijn, maar de beste verhouding tussen prijs en kwaliteit. Voor de Nederlandse schoonmaakbranche kan dat grote gevolgen hebben. Vooral kleinere schoonmaakbedrijven, die regelmatig moeten concurreren met grote landelijke organisaties, krijgen mogelijk meer kansen om zich te onderscheiden op vakmanschap, dienstverlening en goed werkgeverschap.
De plannen maken deel uit van een ingrijpende herziening van de Europese aanbestedingsregels. De Europese Commissie presenteerde op 9 september 2026 een voorstel om drie bestaande aanbestedingsrichtlijnen te vervangen door één Europese verordening. Daarmee wil Brussel aanbestedingen eenvoudiger, toegankelijker en eerlijker maken. Tegelijkertijd moeten overheden bij het gunnen van opdrachten nadrukkelijker kijken naar kwaliteit, duurzaamheid, innovatie en sociale aspecten. Voor een arbeidsintensieve sector als de schoonmaak kan dat een belangrijke ontwikkeling zijn.
Kwaliteit voor minimaal 50 procent laten meetellen
Een opvallend onderdeel van het Europese voorstel is de weging van kwaliteitscriteria. De Europese Commissie wil dat kwaliteit bij aanbestedingen in beginsel voor minimaal 30 procent meetelt.
Voor arbeidsintensieve opdrachten, waaronder schoonmaakdiensten kunnen vallen, wordt zelfs een minimale kwaliteitsweging van 50 procent voorgesteld. Daarbij moeten ook sociale aspecten een belangrijke rol spelen. Dit betekent dat een schoonmaakbedrijf in de toekomst mogelijk niet langer voornamelijk wordt beoordeeld op het aangeboden uurtarief, maar ook op de kwaliteit van de dienstverlening, de arbeidsomstandigheden en de wijze waarop het personeel wordt ingezet. Het voorstel biedt wel ruimte voor uitzonderingen. Bovendien moeten het Europees Parlement en de lidstaten zich nog over de nieuwe regels buigen. De veranderingen zijn dus nog niet definitief.
Jarenlange druk op schoonmaaktarieven
Binnen de schoonmaakbranche bestaat al jarenlang discussie over aanbestedingen waarbij de prijs een zeer zwaar gewicht krijgt. Schoonmaakbedrijven moeten concurreren om opdrachten binnen te halen. Daarbij komt het regelmatig voor dat ondernemers hun tarieven scherp moeten vaststellen om kans te maken op een contract. Vooral kleinere bedrijven kunnen hierdoor onder druk komen te staan De personeelskosten vormen immers het grootste gedeelte van de kostprijs. Cao-lonen, werkgeverslasten, reiskosten, opleidingen, materialen en verzekeringen moeten allemaal worden betaald. Wanneer een opdrachtgever vooral kijkt naar de laagste inschrijfprijs, ontstaat het risico dat schoonmaakbedrijven onvoldoende financiële ruimte overhouden om te investeren in hun medewerkers en dienstverlening. Dat kan uiteindelijk gevolgen hebben voor de kwaliteit van het schoonmaakwerk.
Meer kansen voor kleinere schoonmaakbedrijven
De voorgestelde Europese regels kunnen gunstig uitpakken voor het midden- en kleinbedrijf. Kleine schoonmaakbedrijven onderscheiden zich vaak door korte communicatielijnen, persoonlijk contact met opdrachtgevers en directe betrokkenheid van de ondernemer bij de dagelijkse werkzaamheden.
Ook flexibiliteit, continuïteit en aandacht voor medewerkers kunnen belangrijke voordelen zijn. Wanneer deze aspecten daadwerkelijk worden meegewogen bij aanbestedingen, krijgen kleinere bedrijven meer mogelijkheden om op andere onderdelen dan uitsluitend de prijs te concurreren.
Een ondernemer die investeert in opleidingen, vaste medewerkers, duurzame materialen en een goede relatie met de opdrachtgever, zou daarvoor bij een aanbesteding nadrukkelijker kunnen worden beloond. Dat betekent overigens niet automatisch dat kleine bedrijven meer opdrachten zullen winnen. De manier waarop opdrachtgevers de kwaliteitscriteria formuleren en beoordelen, blijft bepalend.
Goed werkgeverschap wordt belangrijker
Voor de schoonmaakbranche is vooral de aandacht voor sociale aspecten interessant. Schoonmaak is mensenwerk. De kwaliteit van de dienstverlening wordt in belangrijke mate bepaald door de medewerkers die dagelijks op locatie werkzaam zijn.
Daarom is het logisch dat bij aanbestedingen niet alleen wordt gekeken naar het aantal schoonmaakuren en de prijs per uur, maar ook naar personeelsbeleid. Denk aan opleidingen, begeleiding, werkdruk, duurzame inzetbaarheid en de mogelijkheden voor medewerkers om zich verder te ontwikkelen. Een schoonmaakbedrijf dat aantoonbaar investeert in goed werkgeverschap, kan daarmee een sterker onderscheidend vermogen krijgen. Dat kan bovendien bijdragen aan het terugdringen van personeelsverloop, een onderwerp dat voor veel schoonmaakondernemers steeds belangrijker wordt.
Minder administratieve rompslomp
De Europese Commissie wil daarnaast de administratieve lasten bij aanbestedingen verminderen. Dat is vooral voor kleinere schoonmaakbedrijven relevant. Het deelnemen aan een aanbesteding kost vaak veel tijd. Ondernemers moeten uitgebreide documenten invullen, verklaringen aanleveren en soms ingewikkelde plannen schrijven.
Grote schoonmaakorganisaties beschikken daarvoor doorgaans over gespecialiseerde medewerkers. Bij kleinere bedrijven moet de ondernemer dit werk regelmatig zelf uitvoeren.
Brussel wil procedures vereenvoudigen en meer digitaliseren. Ook wordt gewerkt aan een Europees digitaal platform dat deelname aan aanbestedingen gemakkelijker moet maken. Wanneer deze plannen daadwerkelijk leiden tot minder administratieve verplichtingen, kan dat de toegankelijkheid van overheidsopdrachten voor het mkb verbeteren.
Kwaliteit mag geen papieren werkelijkheid worden
Toch betekent een grotere nadruk op kwaliteit niet automatisch dat de prijzenslag verdwijnt. Veel hangt af van de manier waarop opdrachtgevers hun aanbestedingen inrichten. Wanneer kwaliteit uitsluitend wordt beoordeeld aan de hand van uitgebreide beleidsplannen, certificaten en schriftelijke toezeggingen, kunnen grote organisaties nog altijd een voordeel hebben. Voor kleine schoonmaakbedrijven is het daarom belangrijk dat kwaliteit niet alleen op papier wordt beoordeeld. Ook praktijkervaring, tevredenheid van opdrachtgevers, continuïteit van medewerkers en aantoonbare resultaten verdienen een plaats in de beoordeling. Daarnaast moet worden voorkomen dat steeds zwaardere kwaliteitseisen worden gesteld zonder dat daar een realistisch budget tegenover staat.\ Wie hogere kwaliteit verlangt, moet ook bereid zijn daarvoor een passende prijs te betalen.
Wat betekent dit voor de schoonmaakondernemer?
Hoewel de nieuwe Europese regels nog niet definitief zijn, is de richting duidelijk. Overheidsopdrachten moeten volgens de Europese Commissie meer maatschappelijke waarde opleveren. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de directe kosten, maar ook naar kwaliteit, duurzaamheid en sociale verantwoordelijkheid.
Voor schoonmaakondernemers is dat een reden om zich nu al voor te bereiden. Bedrijven die hun kwaliteit aantoonbaar kunnen maken, medewerkers opleiden, duurzaam werken en hun dienstverlening goed organiseren, kunnen daar bij toekomstige aanbestedingen voordeel van hebben. Tegelijkertijd blijft het noodzakelijk om kritisch te kijken naar de financiële haalbaarheid van opdrachten. Een contract binnenhalen tegen een prijs die onvoldoende ruimte biedt voor een gezonde bedrijfsvoering, is uiteindelijk voor niemand gunstig.
Komt er werkelijk een einde aan de ‘laagsteprijsmentaliteit?’
De plannen uit Brussel bieden perspectief, maar vormen nog geen garantie dat de schoonmaakbranche definitief afscheid neemt van de prijzenslag.
Ook onder de nieuwe regels blijft prijs een belangrijk onderdeel van aanbestedingen. Bovendien kunnen opdrachtgevers onder voorwaarden afwijken van de voorgestelde minimale kwaliteitsweging.
De echte verandering moet daarom niet alleen uit Europese regelgeving komen, maar ook uit de manier waarop overheden en andere opdrachtgevers schoonmaakdiensten inkopen. Wanneer opdrachtgevers daadwerkelijk meer waarde gaan hechten aan vakmanschap, goed werkgeverschap en duurzame dienstverlening, kan dat leiden tot gezondere concurrentieverhoudingen. Vooral kleinere schoonmaakbedrijven zouden daarvan kunnen profiteren.
De komende behandeling van het Europese voorstel wordt daarom belangrijk voor de hele branche. Want uiteindelijk draait het om een fundamentele vraag: willen opdrachtgevers vooral zo goedkoop mogelijk laten schoonmaken, of zijn zij bereid te betalen voor kwaliteit en goed werkgeverschap?
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.