Een nieuwe schoonmaakopdracht binnenhalen is voor een werkgever normaal gesproken goed nieuws. Maar bij een contractswisseling kunnen verplichtingen meekomen die op het eerste gezicht niet zichtbaar zijn. Een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam maakt duidelijk dat dit zelfs kan betekenen dat een schoonmaakbedrijf het loon van een langdurig zieke medewerker moet gaan betalen.
De zaak draaide om een schoonmaakmedewerkster die sinds februari 2024 bij haar werkgever in dienst was. In juni 2025 raakte zij door een verkeersongeval arbeidsongeschikt. Eind 2025 verloor haar werkgever de schoonmaakopdracht op de locatie waar zij werkzaam was aan een ander schoonmaakbedrijf.
Voor werkgevers is vooral de grens van 26 weken arbeidsongeschiktheid van belang. De cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf kent bij contractswisseling regels voor het overnemen van personeel. Voor werknemers die langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn, geldt een uitzondering op de overnameverplichting.
Precies daar ontstond in deze zaak het probleem. Het nieuwe schoonmaakbedrijf tekende op 10 december 2025 het contract met de opdrachtgever. De feitelijke schoonmaakwerkzaamheden begonnen volgens het bedrijf echter pas op 15 december. De zieke medewerkster bereikte op 11 december de grens van 26 weken arbeidsongeschiktheid.
Het nieuwe schoonmaakbedrijf ging ervan uit dat 15 december bepalend was. Op die datum was de werkneemster immers langer dan 26 weken ziek en zou zij volgens die redenering niet hoeven te worden overgenomen.
De kantonrechter oordeelde anders. Niet de dag waarop de eerste schoonmaker daadwerkelijk aan het werk ging, maar de juridische datum van de contractswisseling was in deze situatie doorslaggevend. Op 10 december was de grens van 26 weken nog niet bereikt. Daarmee viel de werkneemster volgens de rechter onder de overnameverplichting.
Voor het nieuwe schoonmaakbedrijf heeft dat aanzienlijke financiële gevolgen. De voormalige werkgever moet het loon tot en met 9 december betalen. Vanaf 10 december ligt de loonverplichting bij de nieuwe werkgever. Die moet niet alleen het achterstallige salaris betalen, maar ook het loon blijven doorbetalen zolang daarvoor een wettelijke verplichting bestaat. Bovendien kende de rechter een wettelijke verhoging van 30 procent toe.
Voor werkgevers in de schoonmaakbranche is de uitspraak een belangrijke waarschuwing. Bij het aannemen en calculeren van een nieuwe opdracht is het niet voldoende om alleen te kijken naar het aantal medewerkers, hun contracturen en loonkosten. Ook ziektegevallen en de exacte duur van de arbeidsongeschiktheid kunnen grote financiële gevolgen hebben.
Dat betekent dat een schoonmaakbedrijf vóór het tekenen van een nieuwe opdracht zo goed mogelijk in kaart moet brengen welke werknemers onder de cao-regels voor contractswisseling vallen. Een verschil van enkele dagen kan, zoals deze zaak laat zien, uiteindelijk leiden tot een langdurige loonverplichting.
Ook de formulering en ingangsdatum van het contract met de opdrachtgever verdienen extra aandacht. Werkgevers die ervan uitgaan dat uitsluitend de feitelijke eerste werkdag bepalend is, kunnen voor een onaangename verrassing komen te staan.
De les voor schoonmaakondernemers is daarmee duidelijk: beschouw personeelsverplichtingen bij een contractswisseling als onderdeel van de financiële risicoanalyse van een nieuwe opdracht. Want een aantrekkelijk schoonmaakcontract kan aanzienlijk duurder worden wanneer achteraf blijkt dat er onverwacht ook een zieke werknemer moet worden overgenomen.
Bron: Rechtbank Amsterdam
Tekst: Redactie SIEV Dagblad