Werkgevers in de schoonmaak- en glazenwassersbranche krijgen in 2027 opnieuw te maken met hogere personeelskosten. De RAS-premie stijgt van 1,20 procent van de loonsom in 2026 naar 1,43 procent in 2027. Op het eerste gezicht gaat het om slechts 0,23 procentpunt, maar voor schoonmaakbedrijven met veel medewerkers loopt het bedrag al snel op.
De nieuwe premie bestaat uit verschillende onderdelen. De vaste RAS-premie bedraagt 0,75 procent. Daar komt 0,56 procent bij voor afspraken rond zwaar werk, waaronder Eerder Stoppen met Werken en het Generatiepact. Voor de financiering van de loyaliteitsbonus wordt nog eens 0,12 procent gerekend.
Voor een werkgever met een jaarlijkse premieplichtige loonsom van 500.000 euro betekent een premie van 1,43 procent een bedrag van 7.150 euro. Bij het huidige percentage van 1,20 procent zou dat 6.000 euro zijn. Het verschil bedraagt daarmee 1.150 euro per jaar.
Bij een loonsom van 1 miljoen euro stijgt de RAS-premie van 12.000 naar 14.300 euro. Dat is 2.300 euro extra. Een schoonmaakbedrijf met een loonsom van 2 miljoen euro ziet de rekening met 4.600 euro toenemen.
Voor werkgevers is vooral van belang dat deze verhoging niet op zichzelf staat. Vanaf 1 januari 2027 stijgen ook de basisuurlonen volgens de nieuwe cao met 3,1 procent. Daarnaast krijgen alle werknemers recht op een vergoeding voor het volledige woon-werkverkeer tegen het maximaal fiscaal onbelaste kilometertarief.
Juist die stapeling maakt 2027 financieel belangrijk. Een werkgever die alleen rekening houdt met de cao-loonsverhoging, kan bij de kostprijsberekening te laag uitkomen. Niet alleen het brutoloon stijgt, maar verschillende kosten die samenhangen met personeel bewegen mee.
Daar komt de hogere RAS-premie nu bovenop. Zeker in de schoonmaak, waar personeelskosten verreweg het grootste gedeelte van de kostprijs bepalen, kunnen enkele tienden van een procent een aanzienlijk verschil maken.
Voor kleine en middelgrote schoonmaakbedrijven is het daarom verstandig om niet tot januari te wachten. Nieuwe offertes en contractverlengingen die nu worden afgesloten en in 2027 doorlopen, moeten worden doorgerekend met het kostenniveau van volgend jaar.
Dat kan ook betekenen dat werkgevers tijdig met opdrachtgevers in gesprek moeten over tariefaanpassingen. Wanneer een opdrachtgever dezelfde dienstverlening en hetzelfde aantal schoonmaakuren verlangt, terwijl de kosten van arbeid, reiskosten en branchepremies toenemen, kan een schoonmaakondernemer die verhogingen niet onbeperkt uit de eigen marge betalen.
De RAS-premie is bovendien geen vrijwillige bijdrage. De verplichting is opgenomen in de cao en algemeen verbindend verklaard. Daarmee geldt deze voor alle werkgevers die onder de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf vallen, ongeacht of zij bij een werkgeversorganisatie zijn aangesloten.
De premie wordt via APG geïnd. Werkgevers ontvangen na iedere loonperiode een gecombineerde nota voor de pensioenpremie en de RAS-premie.
Voor werkgevers is de boodschap richting 2027 daarmee vooral een financiële: kijk niet uitsluitend naar de nieuwe uurlonen. De werkelijke stijging van de kostprijs wordt bepaald door het totaalpakket aan hogere lasten. Wie die kosten niet volledig in zijn calculaties en tarieven verwerkt, ziet uiteindelijk zijn marge teruglopen.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.