Schoonmaakbedrijven die gebruikmaken van uitzendkrachten moeten kritischer kijken naar de veiligheid op de werkvloer. Uit nieuw onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat tijdelijke medewerkers vaker gevaarlijk en ongezond werk verrichten dan werknemers met een vast dienstverband. Ook raken zij vaker betrokken bij arbeidsongevallen. Vooral gebrekkige veiligheidsinstructies, onduidelijke verantwoordelijkheden en onvoldoende begeleiding vormen belangrijke risico’s.
De Arbeidsinspectie onderzocht tussen 2023 en eind 2025 de arbeidsomstandigheden bij uitzendbureaus en bedrijven die tijdelijk personeel inhuren. In totaal werden 557 inspecties uitgevoerd. Bij maar liefst 68 procent van de gecontroleerde inlenende bedrijven werden één of meer overtredingen vastgesteld. Bij uitzendbureaus lag dat percentage op 24 procent.
In 66 gevallen waren de arbeidsomstandigheden zo gevaarlijk dat werkzaamheden direct werden stilgelegd. De uitkomsten werden op 19 oktober bekendgemaakt en onderstrepen volgens de toezichthouder dat de bescherming van uitzendkrachten op veel werkplekken tekortschiet.
Voor de schoonmaakbranche zijn de bevindingen bijzonder relevant. Schoonmaakbedrijven werken regelmatig met tijdelijke medewerkers om ziekte, vakanties en personeelstekorten op te vangen. Juist deze medewerkers moeten soms op korte termijn aan de slag op locaties waarmee zij niet vertrouwd zijn.
Daarbij kunnen verschillende veiligheidsrisico’s ontstaan. Denk aan het werken met schoonmaakmiddelen, gladde vloeren, zware schoonmaakkarren, elektrische apparatuur en werkzaamheden op hoogte. Ook lichamelijke belasting door repeterende bewegingen en een verkeerde werkhouding verdient aandacht.
Een belangrijk probleem dat de Arbeidsinspectie signaleert, is dat tijdelijke medewerkers niet altijd voldoende worden geïnformeerd over de risico’s van hun werkzaamheden. Soms krijgen zij uitsluitend schriftelijke instructies, zonder dat wordt gecontroleerd of zij deze daadwerkelijk begrijpen.
Vooral taalverschillen kunnen daarbij een rol spelen. In de schoonmaakbranche werken veel medewerkers met verschillende nationaliteiten en taalachtergronden. Een veiligheidsinstructie in het Nederlands heeft weinig waarde wanneer een medewerker de inhoud onvoldoende begrijpt.
Werkgevers moeten daarom niet alleen zorgen dat instructies beschikbaar zijn, maar ook nagaan of werknemers weten hoe zij veilig moeten werken. Dat kan bijvoorbeeld door praktische demonstraties, instructies in begrijpelijke taal en begeleiding tijdens de eerste werkdagen.
Een ander aandachtspunt is de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het uitzendbureau en het schoonmaakbedrijf. Uit het onderzoek blijkt dat hierover regelmatig onduidelijkheid bestaat.
Het schoonmaakbedrijf dat de uitzendkracht inleent, draagt een belangrijke verantwoordelijkheid voor veilige arbeidsomstandigheden op de werkplek. Het bedrijf moet ervoor zorgen dat de risico’s bekend zijn, passende maatregelen worden genomen en medewerkers veilig kunnen werken.
Het uitzendbureau heeft eveneens verplichtingen. Zo moet het ervoor zorgen dat de uitzendkracht vooraf de noodzakelijke informatie over de werkzaamheden en arbeidsrisico’s ontvangt.
De Arbeidsinspectie constateert dat beide partijen in de praktijk niet altijd duidelijke afspraken maken over persoonlijke beschermingsmiddelen, veiligheidsinstructies, toezicht en toegang tot arbodienstverlening.
Ook de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) blijkt bij veel gecontroleerde bedrijven onvoldoende op orde. Arbeidsrisico’s zijn niet altijd goed beschreven en noodzakelijke maatregelen worden soms niet uitgevoerd. Voor schoonmaakondernemers betekent dit dat een actuele RI&E alleen niet voldoende is. De daarin beschreven maatregelen moeten ook daadwerkelijk worden toegepast. Bovendien moet rekening worden gehouden met de specifieke risico’s op de locaties waar medewerkers worden ingezet.
Een schoonmaker die bijvoorbeeld voor het eerst in een zorginstelling, fabriek of schoolgebouw werkt, kan met andere omstandigheden te maken krijgen dan op een reguliere kantoorlocatie.
Daarom is het belangrijk dat tijdelijke medewerkers vooraf weten welke schoonmaakmiddelen zij mogen gebruiken, welke werkzaamheden bijzondere risico’s opleveren en bij wie zij terechtkunnen wanneer een onveilige situatie ontstaat.
Ook moeten zij beschikken over de juiste beschermingsmiddelen wanneer die voor het werk noodzakelijk zijn.
Voor kleinere schoonmaakbedrijven hoeft het verbeteren van de veiligheid niet direct grote investeringen te betekenen. Een duidelijke introductie op de werkplek, een ervaren collega als aanspreekpunt en het controleren van veiligheidsinstructies kunnen al bijdragen aan het voorkomen van ongelukken.
Daarbij is het verstandig om vast te leggen welke instructies een medewerker heeft ontvangen. Dat geeft niet alleen duidelijkheid bij controles, maar helpt ook om te beoordelen of nieuwe medewerkers voldoende zijn voorbereid op hun werkzaamheden.
De onderzoeksresultaten van de Arbeidsinspectie hebben betrekking op verschillende bedrijfstakken en kunnen niet rechtstreeks worden vertaald naar het aantal overtredingen binnen de schoonmaakbranche. Wel maken de bevindingen duidelijk welke risico’s ontstaan wanneer tijdelijke arbeidskrachten onvoldoende worden begeleid. De toezichthouder benadrukt dat uitzendkrachten recht hebben op dezelfde veilige en gezonde arbeidsomstandigheden als werknemers met een vast contract.
Voor schoonmaakondernemers is dat een belangrijk uitgangspunt. Het feit dat een medewerker slechts enkele dagen of weken wordt ingehuurd, verandert niets aan de noodzaak om veilig te kunnen werken.
Met de aanhoudende vraag naar flexibel personeel blijft dit onderwerp actueel. Bedrijven die tijdelijke schoonmakers inzetten, doen er verstandig aan hun afspraken met uitzendbureaus opnieuw tegen het licht te houden. Want uiteindelijk mag de veiligheid op de werkvloer niet afhangen van de vraag of iemand een vast contract heeft of slechts tijdelijk komt schoonmaken.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.