Schoonmaakondernemers die te maken krijgen met zieke medewerkers, hoeven niet zonder meer te accepteren dat aangeboden aangepast werk wordt geweigerd. Een werknemer die volgens de bedrijfsarts passende werkzaamheden kan uitvoeren, moet daaraan in beginsel meewerken. Gebeurt dat zonder geldige reden niet, dan mag de werkgever onder voorwaarden de loonbetaling stopzetten. Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2026.
De zaak draaide om een verkoopadviseur die zich in juni ziekmeldde vanwege rugklachten. De bedrijfsarts constateerde beperkingen bij onder meer tillen, bukken, draaien en langdurig in dezelfde houding werken. Zijn oorspronkelijke werkzaamheden waren daardoor niet volledig uitvoerbaar.
De werkgever bood vervolgens aangepast werk aan. De werknemer hoefde geen zware materialen meer te tillen en kon zich richten op adviserende werkzaamheden, waarbij hij voldoende kon afwisselen tussen zitten, staan en lopen.
De werknemer weigerde echter het werk te hervatten. Hij wilde eerst de uitkomsten van een arbeidsdeskundig onderzoek afwachten om vast te stellen welke werkzaamheden hij nog kon uitvoeren.
Werkgever stopt loonbetaling
De werkgever vond dat de werknemer direct kon beginnen met de aangeboden werkzaamheden en waarschuwde voor de gevolgen van een weigering. Toen de werknemer bleef vasthouden aan zijn standpunt, werd de loonbetaling vanaf 10 juli stopgezet. De werknemer stapte daarop naar de rechter en eiste alsnog uitbetaling van zijn salaris over de periode tot 1 september.
De kantonrechter gaf de werkgever gelijk. Hoewel het advies van de bedrijfsarts op onderdelen voor verwarring kon zorgen, was voldoende duidelijk dat de werknemer aangepast werk kon verrichten. De werkgever had bovendien rekening gehouden met de medische beperkingen.
Volgens de rechter had de werknemer onvoldoende onderbouwd waarom hij de aangeboden werkzaamheden niet kon uitvoeren. Daarbij speelde mee dat hij niet eens had geprobeerd het aangepaste werk te verrichten. De loonstop bleef daarom in stand en de gevorderde achterstallige loonbetaling werd afgewezen.
De uitspraak is ook relevant voor de schoonmaakbranche, waar fysieke klachten regelmatig gevolgen kunnen hebben voor de inzetbaarheid van medewerkers. Een schoonmaker met rug-, schouder- of knieklachten kan mogelijk tijdelijk niet alle gebruikelijke werkzaamheden uitvoeren. Dat betekent echter niet automatisch dat iedere vorm van werk onmogelijk is. Een werkgever kan in overleg met de bedrijfsarts onderzoeken of aangepaste werkzaamheden mogelijk zijn. Denk aan lichtere schoonmaaktaken, kwaliteitscontroles, voorraadbeheer of het begeleiden van nieuwe medewerkers.
Daarbij moet steeds rekening worden gehouden met de medische belastbaarheid van de werknemer. Werkzaamheden mogen niet worden aangeboden wanneer deze strijdig zijn met de vastgestelde beperkingen. Voor schoonmaakondernemers is het belangrijk om zorgvuldig te handelen voordat een loonstop wordt toegepast.
Het advies van de bedrijfsarts vormt een belangrijk uitgangspunt. Daarnaast moet duidelijk zijn welke werkzaamheden worden aangeboden en waarom deze passend zijn.
Ook moet de werknemer tijdig worden gewaarschuwd dat het weigeren van passend werk gevolgen kan hebben voor de loonbetaling. Een loonstop is geen automatische sanctie bij ziekte of een verschil van mening. De werkgever moet kunnen aantonen dat de werknemer zonder deugdelijke reden weigert mee te werken aan zijn re-integratie. Bij twijfel over de geschiktheid van werkzaamheden kan aanvullend advies worden gevraagd, bijvoorbeeld via een arbeidsdeskundig onderzoek of een deskundigenoordeel van UWV.
Re-integratie is gezamenlijke verantwoordelijkheid
De uitspraak onderstreept dat re-integratie niet uitsluitend een verantwoordelijkheid van de werkgever is. Ook werknemers moeten zich inspannen om, binnen hun mogelijkheden, weer aan het werk te gaan. Voor schoonmaakbedrijven betekent dit dat zij actief moeten zoeken naar passende oplossingen, maar ook mogen verwachten dat medewerkers daaraan meewerken.
De Rotterdamse uitspraak maakt duidelijk dat het afwachten van aanvullend onderzoek op zichzelf onvoldoende reden is om aangeboden passend werk te weigeren. Doorslaggevend blijft of de werkzaamheden daadwerkelijk aansluiten bij de medische beperkingen en of de werknemer een geldige reden heeft om niet aan het werk te gaan.
Bron: Rechtbank Rotterdam – Uitspraak Rechtspraak.nl
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.