De regels voor het keuren van gevelonderhoudsinstallaties worden mogelijk aangescherpt en verduidelijkt. Er wordt gewerkt aan een nieuwe aanpak waarbij zowel jaarlijkse keuringen als ingebruiknamekeuringen volgens een vastgesteld schema moeten plaatsvinden. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor aangewezen keuringsinstanties. De ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor glasbewassingsbedrijven, vastgoedeigenaren en andere partijen die verantwoordelijk zijn voor veilig werken op hoogte.
Gevelonderhoudsinstallaties worden onder meer gebruikt voor het reinigen van ramen en gevels van hoge gebouwen. Het gaat bijvoorbeeld om hangbruginstallaties, gondels en andere technische voorzieningen waarmee medewerkers veilig langs gevels kunnen werken. Omdat deze installaties vaak op aanzienlijke hoogte worden gebruikt, is een betrouwbare technische staat van groot belang.
De voorgenomen verduidelijking van de keuringsregels moet zorgen voor meer uniformiteit en duidelijkheid. In de praktijk kunnen verschillen bestaan in de manier waarop installaties worden beoordeeld en welke eisen bij een keuring worden gehanteerd. Een vast keuringsschema kan bijdragen aan een meer eenduidige beoordeling van de veiligheid.
Een belangrijk onderdeel van de plannen is het onderscheid tussen de ingebruiknamekeuring en de periodieke controle. Bij de ingebruiknamekeuring wordt beoordeeld of een installatie veilig kan worden gebruikt voordat deze daadwerkelijk in bedrijf wordt genomen. Tijdens periodieke keuringen wordt gecontroleerd of de installatie nog steeds voldoet aan de geldende veiligheidseisen.
Volgens de plannen moeten deze controles worden uitgevoerd door daarvoor aangewezen keuringsinstanties. Daarmee wordt beoogd de onafhankelijkheid en deskundigheid van de beoordelingen te waarborgen.
Voor glasbewassingsbedrijven is dit een relevante ontwikkeling. Zij zijn voor hun werkzaamheden regelmatig afhankelijk van voorzieningen die eigendom zijn van gebouweigenaren of beheerders. Wanneer een installatie niet tijdig is gekeurd of niet aan de veiligheidseisen voldoet, kan dat gevolgen hebben voor de uitvoering van schoonmaakwerkzaamheden.
Een afgekeurde installatie kan betekenen dat werkzaamheden moeten worden uitgesteld of dat een alternatieve werkmethode nodig is. Dat kan leiden tot extra kosten, aanpassingen in de planning en discussies over verantwoordelijkheden tussen opdrachtgever en schoonmaakbedrijf.
Ook voor vastgoedeigenaren kunnen de veranderingen financiële gevolgen hebben. Zij moeten rekening houden met keuringskosten, onderhoud en eventuele aanpassingen aan bestaande installaties. Vooral bij oudere gebouwen kan blijken dat voorzieningen niet zonder meer voldoen aan de eisen die bij nieuwe of aangepaste keuringsschema’s worden gehanteerd.
Daarbij speelt de verdeling van verantwoordelijkheden een belangrijke rol. Gebouweigenaren zijn doorgaans verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en onderhouden van gebouwgebonden installaties. Schoonmaakbedrijven hebben op hun beurt een eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat medewerkers hun werkzaamheden veilig kunnen uitvoeren.
Het is daarom belangrijk dat beide partijen duidelijke afspraken maken over de beschikbaarheid van keuringsrapporten, onderhoudsgegevens en eventuele beperkingen bij het gebruik van installaties.
Voor kleinere en middelgrote glasbewassingsbedrijven kan de ontwikkeling extra aandacht vragen. Zij beschikken niet altijd over gespecialiseerde medewerkers die alle technische en juridische aspecten van gevelonderhoudsinstallaties kunnen beoordelen. Duidelijke en praktisch toepasbare regelgeving kan deze ondernemers helpen om beter vast te stellen of een installatie veilig kan worden gebruikt.
De discussie over keuringsregels past binnen de bredere aandacht voor arbeidsveiligheid in de schoonmaakbranche. Dit kwam ook ter sprake tijdens het door SIEV georganiseerde Nationaal Schoonmaakdebat van vorig jaar. Werken op hoogte blijft een activiteit waarbij ernstige ongevallen kunnen plaatsvinden. Technische voorzieningen, deskundige medewerkers en regelmatige controles zijn daarom onmisbaar.
Tegelijkertijd ontwikkelen zich alternatieve methoden voor gevelreiniging, waaronder robotisering en het gebruik van drones. Deze technieken kunnen in bepaalde situaties de noodzaak verminderen om medewerkers op hoogte te laten werken. Toch blijven traditionele gevelonderhoudsinstallaties voor veel gebouwen voorlopig noodzakelijk.
Vooralsnog gaat het om voorgenomen verduidelijkingen van de keuringsregels. De definitieve uitwerking, de precieze reikwijdte en eventuele overgangstermijnen moeten nog worden vastgesteld.
Voor schoonmaakondernemers is het verstandig om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen en bij bestaande contracten te controleren welke afspraken zijn gemaakt over het gebruik en de keuring van gevelonderhoudsinstallaties.
De nieuwe aanpak moet uiteindelijk bijdragen aan een veiliger en duidelijker systeem waarin gebouweigenaren, keuringsinstanties en schoonmaakbedrijven weten welke verantwoordelijkheden zij dragen. Daarmee staat niet alleen de technische veiligheid centraal, maar ook de praktische uitvoerbaarheid voor de ondernemingen die dagelijks verantwoordelijk zijn voor professionele glasbewassing en gevelreiniging.
Tekst: Redactie Dagblad.