Dagelijks nieuws over SIEV en de leden, het bestuur, sponsoren en partners

hybride

Hybride werken raakt schoonmaakbedrijven: wie betaalt de rekening van lege kantoren?

De discussie over hybride werken is opnieuw opgelaaid. Steeds meer werkgevers willen hun medewerkers vaker op kantoor zien, terwijl werknemers vasthouden aan de vrijheid om een deel van de werkweek thuis te werken. Wat op het eerste gezicht vooral een arbeidsvoorwaardelijke discussie lijkt, heeft ook grote gevolgen voor de schoonmaakbranche.

Voor de werkgevers en leden van branchevereniging SIEV draait het om een belangrijke vraag: hoe organiseer je een rendabele schoonmaakdienstverlening wanneer het gebruik van kantoren voortdurend verandert?

Sinds de coronaperiode is hybride werken bij veel kantoororganisaties een vast onderdeel van de bedrijfsvoering geworden. Medewerkers verdelen hun werkzaamheden tussen thuis en kantoor. Dat heeft gevolgen voor de bezetting van gebouwen, het gebruik van sanitaire voorzieningen, vergaderruimten, werkplekken en algemene ruimten. Voor schoonmaakondernemers betekent dit dat traditionele afspraken over schoonmaakfrequenties en personeelsinzet niet altijd meer aansluiten bij de praktijk.

Minder mensen betekent niet automatisch minder schoonmaak

Een belangrijk misverstand is dat een lagere kantoorbezetting automatisch tot lagere schoonmaakkosten leidt. Dat is lang niet altijd het geval. Ook wanneer slechts een deel van de medewerkers aanwezig is, moeten entrees, toiletten, liften, trappenhuizen en andere gemeenschappelijke ruimten worden onderhouden. Bovendien kan een wisselende bezetting juist extra organisatie vragen. Een schoonmaakbedrijf kan zijn medewerkers niet zonder meer op het laatste moment naar huis sturen omdat een opdrachtgever die dag minder personeel op kantoor heeft.

Schoonmaakmedewerkers hebben arbeidsovereenkomsten, vaste uren en recht op voorspelbare arbeidsomstandigheden. Werkgevers moeten rekening houden met de cao, reistijden, roosters en de beschikbaarheid van personeel. Vooral kleinere en middelgrote schoonmaakbedrijven, die binnen SIEV sterk vertegenwoordigd zijn, kan dit een ingewikkelde puzzel opleveren.

Grote facilitaire organisaties beschikken vaak over meerdere locaties en uitgebreidere planningsmogelijkheden. Kleinere bedrijven hebben doorgaans minder ruimte om personeel voortdurend tussen objecten te verplaatsen.

Opdrachtgevers willen flexibiliteit, werkgevers zekerheid

De opgelaaide discussie over thuiswerken maakt een bestaande tegenstelling zichtbaar. Opdrachtgevers willen hun schoonmaakkosten zoveel mogelijk laten aansluiten bij het daadwerkelijke gebruik van hun gebouwen. Schoonmaakbedrijven hebben juist behoefte aan stabiele contracten en een voorspelbare personeelsbezetting. Wanneer een opdrachtgever besluit dat medewerkers voortaan drie of vier dagen per week op kantoor moeten verschijnen, kan de schoonmaakbehoefte snel veranderen. Andersom kan een organisatie die meer thuiswerken toestaat, besluiten minder schoonmaakuren af te nemen.

Voor schoonmaakondernemers is het echter niet altijd mogelijk om hun personeelsbestand in hetzelfde tempo aan te passen. Daar komt bij dat de branche te maken heeft met stijgende loonkosten, hogere sociale lasten, reiskostenvergoedingen en andere cao-verplichtingen. De financiële ruimte om wisselingen in de vraag zelf op te vangen is daardoor beperkt..

Rechterlijke uitspraak geeft discussie nieuwe impuls

De discussie heeft eind oktober een nieuwe impuls gekregen door een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over het thuiswerkbeleid van Booking.com.

Het bedrijf wil dat medewerkers minimaal 40 procent van hun werktijd op kantoor aanwezig zijn. De ondernemingsraad verzette zich daartegen, maar de rechter oordeelde op 28 oktober dat Booking.com voldoende argumenten had aangevoerd om de aanwezigheidseis te rechtvaardigen. Daarbij speelde onder meer het belang van samenwerking en bedrijfscultuur een rol.

De uitspraak betekent niet dat iedere werkgever zonder meer bestaande thuiswerkafspraken kan wijzigen. Wel bevestigt deze dat werkgevers onder omstandigheden duidelijke eisen mogen stellen aan de aanwezigheid van hun personeel. Voor de schoonmaakbranche kan deze ontwikkeling gevolgen hebben. Wanneer grote kantoororganisaties hun medewerkers vaker op locatie verwachten, neemt mogelijk ook het gebruik van werkplekken, vergaderruimten en sanitaire voorzieningen toe.

Dat kan leiden tot een grotere vraag naar schoonmaakdiensten. Maar het betekent niet automatisch dat bestaande schoonmaakcontracten voldoende ruimte bieden om die extra werkzaamheden uit te voeren.

Cijfers laten veranderende werkpatronen zien

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bood in 2025 ongeveer 80 procent van de bedrijven met tien of meer werknemers de mogelijkheid om op afstand te werken. Bij 61 procent van de werknemers bestond die mogelijkheid daadwerkelijk.

Uit onderzoek van HR-dienstverlener SD Worx, gepubliceerd in oktober 2026, blijkt bovendien dat 67 procent van de ondervraagde werknemers het huidige aantal thuiswerkdagen wil behouden. Tegelijkertijd houdt bijna drie op de tien werknemers zich niet altijd aan de afspraken over aanwezigheid op kantoor.

Dat zorgt voor een onvoorspelbare bezetting van gebouwen. Juist die onvoorspelbaarheid kan voor schoonmaakbedrijven problemen opleveren. Ook de RAS heeft eerder aandacht gevraagd voor de gevolgen van hybride werken. In de sectoranalyse van 2023 werd expliciet aangegeven dat opdrachtgevers moeten begrijpen dat een halvering van de kantoorbezetting niet automatisch betekent dat het schoonmaakcontract kan worden gehalveerd.

Schoonmaakmedewerker mag niet de dupe worden

Een ander belangrijk aspect is de positie van de schoonmaakmedewerker zelf. Terwijl kantoormedewerkers meer vrijheid hebben gekregen om hun werkzaamheden thuis uit te voeren, blijft schoonmaak in de meeste gevallen locatiegebonden werk.

Een schoonmaker kan een kantoorvloer, sanitaire ruimte of entree nu eenmaal niet vanuit huis reinigen. Daarmee ontstaat een verschil tussen werknemers die profiteren van hybride werken en medewerkers die juist afhankelijk zijn van vaste werktijden op locatie. Voor werkgevers in de schoonmaakbranche is het belangrijk dat opdrachtgevers bij het aanpassen van hun kantoorbeleid ook rekening houden met de mensen die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van hun gebouwen.

Wanneer een kantoor op bepaalde dagen nauwelijks wordt gebruikt, kan dat aanleiding zijn om werkzaamheden anders te verdelen. Maar dat moet wel gebeuren binnen haalbare roosters en met respect voor de arbeidsvoorwaarden van medewerkers. Een plotselinge verschuiving van werkzaamheden naar de drukste kantoordagen kan bovendien leiden tot extra werkdruk. Vooral wanneer opdrachtgevers verwachten dat dezelfde schoonmaakploeg in minder tijd meer werkzaamheden verricht.

Nieuwe contractafspraken noodzakelijk

Voor SIEV-leden ligt hier een belangrijke commerciële en organisatorische uitdaging. Schoonmaakcontracten zijn vaak gebaseerd op een vaste dienstverlening, waarbij afspraken worden gemaakt over frequenties, kwaliteit, oppervlakte en personeelsinzet.

Hybride werken vraagt mogelijk om een andere benadering. Niet uitsluitend het aantal aanwezige medewerkers moet bepalend zijn, maar ook het daadwerkelijke gebruik van ruimten, de gewenste kwaliteit en de inzet die nodig is om die kwaliteit te waarborgen.

Dat betekent dat opdrachtgevers en schoonmaakbedrijven vaker met elkaar in gesprek moeten over de inrichting van de dienstverlening.

Een mogelijkheid is om een vaste basisdienstverlening af te spreken, aangevuld met extra werkzaamheden op drukke dagen. Ook kunnen periodieke evaluaties helpen om veranderingen in de kantoorbezetting tijdig te vertalen naar realistische contractafspraken.

Daarbij is het belangrijk dat flexibiliteit een prijs heeft. Een opdrachtgever die op korte termijn extra inzet verlangt, kan niet vanzelfsprekend verwachten dat een schoonmaakbedrijf die zonder aanvullende kosten levert.

Kleine schoonmaakbedrijven extra kwetsbaar

Voor kleinere schoonmaakondernemingen kan de veranderende vraag naar kantooronderhoud bijzonder ingrijpend zijn. Zij beschikken doorgaans niet over grote personeelsreserves en hebben minder mogelijkheden om medewerkers tussen verschillende opdrachtgevers uit te wisselen. Wanneer een opdrachtgever besluit het aantal schoonmaakuren terug te brengen, kan dat direct gevolgen hebben voor de omzet en de personeelsplanning.

Tegelijkertijd blijven werkgevers verantwoordelijk voor de afgesproken arbeidsuren en de naleving van de cao. Daar komt bij dat schoonmaakbedrijven richting 2027 opnieuw rekening moeten houden met stijgende personeelskosten. Juist in die omstandigheden kunnen onverwachte aanpassingen van schoonmaakcontracten de bedrijfsvoering onder druk zetten.

Voor kleine en middelgrote ondernemingen is het daarom verstandig om bij nieuwe contracten duidelijke afspraken te maken over wijzigingen in de dienstverlening, opzegtermijnen, minimale inzet en de financiële gevolgen van extra werkzaamheden.

Ook bestaande contracten verdienen aandacht wanneer de opdrachtgever zijn beleid rond hybride werken ingrijpend verandert. Wanneer medewerkers verspreid over de week op kantoor aanwezig zijn, kunnen schoonmaakbedrijven samen met opdrachtgevers onderzoeken of meer werkzaamheden overdag kunnen plaatsvinden. Dat kan voordelen bieden voor de zichtbaarheid van schoonmaakmedewerkers, de communicatie met gebruikers en de aantrekkelijkheid van het werk. Schoonmaak overdag kan bovendien bijdragen aan gezondere werktijden en een betere combinatie van werk en privéleven. Ook kunnen schoonmaakbedrijven meer gebruikmaken van informatie over gebouwbezetting om hun dienstverlening efficiënter te organiseren. Daarbij moet worden voorkomen dat technologische oplossingen leiden tot onrealistische verwachtingen over personeelsinzet en kostenbesparingen.

Tekst: Redactie SIEV Dagblad.

Overig nieuws

Keurmerk -houders krijgen een fraai bordje voor op het pand

Meerwaarde van het SIEV-Keurmerk: kwaliteit, vertrouwen en meer kansen bij opdrachtgevers

ras_examenplatform_900x500

RAS Examenbureau stapt over op nieuw digitaal examenplatform

Het  bestuur van SIEV, bestaande uit Bahri Erdogan, Paul Fok, Rolien van Groeningen, Raymond Kouwenberg, Antoine Verhoef, Nita Graafland en Frank Verberne. Men nodigt leden en relaties graag uit om op de ALV te komen.

Meepraten, meedoen en fouten maken bij de ALV van SIEV

Bestuurslid Antoine Verhoef samen met Robin van der Zwan  op een archieffoto.

SIEV-partners winnen FD Gazellen

max

Loyaliteitsbonus van 1.000 euro komt er aan

SIEV-bestuurslid Mr. Nita Graafland. (foto Henk Snaterse).

SIEV-bestuurslid Nita Graafland over vrouwelijk leiderschap

fok_900x500

Best gelezen artikelen SIEV-Dagblad van 25 oktober 2026 tot 1 november 2026

Het keurmerk van SIEV wordt op deze manier treffend onder de aandacht gebracht. Foto Henk Snaterse.

SIEV-Keurmerk verdient zichtbaarheid: laat als schoonmaakbedrijf zien waar je voor staat

Blijven ze hun huidige werkgever trouw?

Contractwisseling blijft risicovol: waar eindigt de verantwoordelijkheid van het vertrekkende schoonmaakbedrijf?

Een aantal gasten praat vooraf aan de ALV van SIEV even bij.

SIEV gaat met ‘SIEV On Tour’ leden en relaties nog nadrukkelijker in de schijnwerpers zetten

Archieffoto. De panelleden en gespreksleiders van het vorige Nationale Schoonmaakdebat van SIEV, van links naar rechts. Rolien van Groeningen (SIEV), Janneke Faber (Ministerie SZW), Marcel Keijzer (Arbeidsinspectie), Jasper Dekker (Jouw Glazenwasser), Laetitia Simonis (SIEV), Pieter van den Brink (Ten Holter Noordam), Hella Vercammen (Legal Company), Charles Scholte (SVS), Gonjo Beuken (Facility Management Nederland), Peter Meijboom (SIEV Keurmerk), Maurits Huisman (Lely robotisering), Gaby Westelaken (AWOG) en gespreksleider Bart Bakker.  (Foto Henk Snaterse).

SIEV bereidt Nationaal Schoonmaakdebat voor in bijzonder jubileumjaar

Archieffoto van Marjolein Tenge/ PR van de vorige editie.

Inschrijving Schoonmaker en Schoonmaakteam van het Jaar 2027 start op 1 november

Paul Fok aan het woord. Mede-bestuurslid Rolien van Groeningen luistert mee.

‘Invloed van SIEV wordt steeds groter en belangrijker’

Voorzitter Paul Fok belicht onder toeziend oog van de media de laatste ontwikkelingen.

Druk bezochte en geslaagde ALV: SIEV kijkt vol vertrouwen vooruit

Maarten Verduin met bestuurslid Nita Graafland tijdens de rondleiding.

Gastheer Maarten Verduin maakt indruk tijdens ALV van SIEV