Schoonmaakbedrijven die nog gebruikmaken van een bestelbus met emissieklasse Euro 5 moeten zich voorbereiden op nieuwe beperkingen. Vanaf 1 januari 2027 mogen deze bedrijfswagens in principe niet meer rijden in de zero-emissiezones van Nederlandse gemeenten. Voor ondernemers die regelmatig schoonmaakwerkzaamheden uitvoeren in binnensteden, kan dit grote gevolgen hebben. De vraag is of het verstandiger is om de huidige bestelbus te vervangen of voorlopig door te blijven rijden.
Veel kleinere schoonmaakbedrijven beschikken over een bestelbus die technisch nog jarenlang mee kan. De voertuigen worden gebruikt voor het vervoeren van schoonmaakmaterialen, machines en medewerkers naar verschillende opdrachtgevers. Zolang de onderhoudskosten beperkt blijven, lijkt vervanging vaak niet noodzakelijk. Toch verandert die afweging door de strengere milieuregels.
Vanaf 1 januari 2027 nieuwe beperkingen
Bestelbussen met emissieklasse Euro 5 mogen tot het einde van 2026 nog gebruikmaken van de overgangsregeling voor zero-emissiezones. Vanaf 1 januari 2027 vervalt deze mogelijkheid. Alleen ondernemers die in aanmerking komen voor een vrijstelling of ontheffing kunnen onder bepaalde voorwaarden toegang behouden.
Buiten de zero-emissiezones mogen Euro 5-bestelbussen gewoon blijven rijden. Dat betekent dat de gevolgen sterk afhankelijk zijn van de locaties waar een schoonmaakbedrijf actief is.
Een ondernemer die voornamelijk kantoren, scholen of bedrijfspanden buiten de binnensteden schoonmaakt, hoeft mogelijk nog niet direct te investeren. Voor bedrijven met veel klanten in stedelijke gebieden ligt dat anders.
Verlies van opdrachten dreigt
Voor schoonmaakbedrijven kan het wegvallen van toegang tot binnensteden meer betekenen dan alleen een vervoersprobleem. Wanneer medewerkers met machines, materialen en schoonmaakmiddelen niet meer bij een opdrachtgever kunnen komen, kan dat gevolgen hebben voor bestaande contracten.
Vooral bij specialistische reiniging, glasbewassing en werkzaamheden waarbij grotere machines nodig zijn, is een geschikte bedrijfswagen belangrijk.
Een alternatief voertuig huren is mogelijk, maar brengt extra kosten met zich mee. Ook het overladen van materialen en het aanpassen van routes kost tijd. Voor kleinere ondernemingen kunnen deze bijkomende kosten zwaar wegen.
Daar komt bij dat opdrachtgevers verwachten dat werkzaamheden volgens afspraak worden uitgevoerd. Een schoonmaakbedrijf dat onvoldoende rekening houdt met de nieuwe toegangsregels, loopt daardoor het risico op organisatorische problemen.
Door blijven rijden kan duurder uitpakken
Een oudere bestelbus die volledig is afbetaald, lijkt financieel aantrekkelijk. Toch zegt het ontbreken van maandelijkse financieringslasten weinig over de werkelijke kosten.
Onderhoud, reparaties, brandstofverbruik en onverwachte stilstand kunnen de kosten aanzienlijk verhogen. Wanneer daar extra uitgaven voor vervangend vervoer bij komen, kan de financiële afweging veranderen.
Ook de restwaarde speelt een rol. Naarmate een bestelbus ouder wordt en meer kilometers maakt, neemt de inruilwaarde doorgaans af. De strengere milieuregels kunnen bovendien invloed hebben op de belangstelling voor gebruikte Euro 5-bedrijfswagens.
Ondernemers doen er daarom verstandig aan niet alleen naar de aanschafprijs van een vervangende bus te kijken, maar naar de totale kosten over meerdere jaren.
Elektrisch rijden niet altijd direct noodzakelijk
Het vervangen van een Euro 5-bestelbus betekent niet automatisch dat een ondernemer een nieuwe elektrische bedrijfswagen moet aanschaffen.
Een gebruikte Euro 6-bestelbus kan onder de overgangsregels nog tijdelijk toegang bieden tot zero-emissiezones. Volgens de huidige regelgeving loopt deze toegang tot 1 januari 2028. De overheid wil deze termijn verlengen tot 1 januari 2029, maar die wijziging is nog niet definitief.
Daarnaast kunnen ondernemers kiezen voor het leasen van een elektrische bestelbus of het combineren van hun bestaande voertuig met ander vervoer voor werkzaamheden in binnensteden.
Bij elektrische bedrijfswagens zijn vooral de actieradius, laadmogelijkheden, aanschafkosten en beschikbare laadruimte belangrijke aandachtspunten.
Voor schoonmaakbedrijven die dagelijks meerdere locaties bezoeken, moet een elektrisch voertuig bovendien aansluiten bij de werkplanning. Langdurig laden tijdens werktijd kan immers gevolgen hebben voor de productiviteit.
Ontheffing biedt soms uitkomst
Ondernemers die slechts incidenteel een zero-emissiezone bezoeken, kunnen gebruikmaken van dagontheffingen. Per voertuig zijn maximaal twaalf dagontheffingen per gemeente per kalenderjaar mogelijk.
Daarnaast bestaan er ontheffingen voor specifieke omstandigheden. Zo kunnen bedrijven die financieel niet in staat zijn een schoner voertuig aan te schaffen, onder voorwaarden een bedrijfseconomische ontheffing aanvragen.
Dat biedt echter geen automatische oplossing. Ondernemers moeten kunnen aantonen waarom toegang noodzakelijk is en waarom alternatieven niet haalbaar zijn.
Gevolgen voor de kostprijs van schoonmaakwerk
De nieuwe regelgeving raakt ook aan een breder probleem binnen de schoonmaakbranche: de stijgende bedrijfskosten.
Naast hogere loonkosten, verzekeringspremies en andere zakelijke lasten krijgen sommige schoonmaakbedrijven te maken met noodzakelijke investeringen in hun wagenpark.
Vooral kleinere ondernemingen hebben niet altijd de financiële ruimte om meerdere bedrijfswagens tegelijk te vervangen. Wanneer de extra kosten niet worden meegenomen in bestaande contracten of nieuwe offertes, kunnen de winstmarges verder onder druk komen te staan.
Het is daarom verstandig om toekomstige vervoerskosten mee te nemen in de kostprijsberekening. Ook bij aanbestedingen en contractverlengingen verdient dit onderwerp aandacht.
Nu al voorbereidingen treffen
Hoewel 1 januari 2027 nog enkele maanden verwijderd is, is het voor ondernemers verstandig om nu al hun wagenpark te beoordelen.
Een eerste stap is controleren welke emissieklasse de bedrijfswagens hebben. Vervolgens kan worden bekeken welke klanten zich binnen zero-emissiezones bevinden en hoe vaak deze locaties worden bezocht.
Daarna kunnen de kosten van doorrijden worden vergeleken met de aanschaf of lease van een andere bedrijfswagen.
Voor schoonmaakondernemers die nauwelijks in binnensteden komen, kan het financieel aantrekkelijk blijven om hun bestaande bestelbus voorlopig te behouden. Bedrijven die dagelijks afhankelijk zijn van toegang tot zero-emissiezones, zullen sneller naar een alternatief moeten kijken.
De belangrijkste boodschap is dat ondernemers niet uitsluitend moeten afgaan op de technische staat van hun bestelbus. Ook de inzetbaarheid, toekomstige kosten en bereikbaarheid van opdrachtgevers bepalen of doorrijden nog verantwoord is.
Voor veel kleinere schoonmaakbedrijven wordt de komende periode daarmee een belangrijk moment om een beslissing te nemen over hun wagenpark.
Bron: MKB Helpdesk.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad