De stakingen in de schoonmaakbranche hebben deze week opnieuw gevolgen voor grote opdrachtgevers. Bij NS rijden treinen rond die minder schoon zijn dan gebruikelijk, terwijl op Schiphol zelfs kantoormedewerkers worden ingezet om de terminals netjes te houden. Het conflict over de nieuwe schoonmaak-cao blijft daarmee voortduren. Voor werkgevers, waaronder veel kleinere en middelgrote schoonmaakbedrijven, roept de situatie vragen op over de gevolgen voor hun bedrijfsvoering en de toekomst van de arbeidsverhoudingen.
Vakbond FNV riep schoonmakers op om van vrijdag 9 tot en met woensdag 14 oktober het werk neer te leggen. De acties zijn gericht tegen de cao die werkgeversorganisatie Schoonmakend Nederland en vakbond CNV op 1 september hebben ondertekend. FNV weigert zich bij deze afspraken aan te sluiten en wil dat de onderhandelingen opnieuw worden geopend.
De gevolgen werden dinsdag 13 oktober zichtbaar bij NS. Volgens de spoorvervoerder waren vooral treinen minder schoon dan normaal. Op stations bleef de overlast beperkter. Reizigers werden opgeroepen hun afval mee te nemen en buiten de stations weg te gooien.
Ook Schiphol kreeg te maken met stakende schoonmakers. De luchthaven zette eigen kantoormedewerkers in om bekers, papier en ander zwerfafval op te ruimen. Volgens Schiphol bleef de overlast voor reizigers beperkt.
De acties maken duidelijk hoe afhankelijk grote organisaties zijn van de dagelijkse inzet van schoonmaakpersoneel.
Cao ondertekend, maar conflict niet voorbij
De nieuwe cao voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche heeft een looptijd van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028. De overeenkomst voorziet onder meer in een loonstijging van 3,1 procent per 1 januari 2027 en nog eens 3 procent per 1 januari 2028.
Daarnaast krijgen werknemers vanaf 2027 een uitgebreidere reiskostenvergoeding. Ook zijn afspraken gemaakt over scholing en een loyaliteitsbonus voor medewerkers die langere tijd in de branche werkzaam zijn.
De leden van CNV stemden met een ruime meerderheid in met het onderhandelingsresultaat. Bij FNV was het beeld tegenovergesteld. Meer dan 80 procent van de geraadpleegde leden wees het resultaat af.
Het belangrijkste geschilpunt is de loondoorbetaling bij ziekte.
Volgens de nieuwe afspraken ontvangen werknemers die korter dan twee jaar in dienst zijn bij ziekte 85 procent van hun loon. Voor werknemers met een dienstverband tussen twee en zes jaar bedraagt dit 90 procent. Medewerkers die langer dan zes jaar in dienst zijn, behouden recht op 100 procent loondoorbetaling.
De nieuwe regeling geldt voor werknemers die vanaf 1 juli 2026 ziek worden. Voor bepaalde situaties, waaronder een bedrijfsongeval, blijven uitzonderingen bestaan.
FNV vindt deze versobering onacceptabel en spreekt van een financiële achteruitgang voor zieke werknemers. De vakbond wil daarnaast een hogere loonstijging, automatische prijscompensatie en gelijke toeslagen voor hotelschoonmakers.
Wat betekent dit voor kleinere schoonmaakbedrijven?
Hoewel de stakingen vooral zichtbaar zijn bij grote opdrachtgevers zoals NS en Schiphol, raakt de cao-discussie de gehele schoonmaakbranche.
Ook kleinere schoonmaakbedrijven moeten rekening houden met de nieuwe arbeidsvoorwaarden en de financiële gevolgen daarvan.
Voor ondernemers spelen verschillende ontwikkelingen tegelijkertijd. De lonen stijgen, de reiskostenvergoeding wordt uitgebreid en de kosten voor vervanging bij ziekte blijven een belangrijk aandachtspunt.
Tegelijkertijd hebben veel schoonmaakbedrijven te maken met langdurige contracten waarin prijsaanpassingen niet altijd eenvoudig zijn door te voeren.
De vraag is daarom niet alleen wat de nieuwe cao betekent voor werknemers, maar ook hoe werkgevers de stijgende personeelskosten kunnen blijven financieren.
Vooral bij arbeidsintensieve contracten, waarbij personeelskosten het grootste deel van de kostprijs vormen, kunnen relatief kleine wijzigingen in de arbeidsvoorwaarden grote financiële gevolgen hebben.
Opdrachtgevers worden rechtstreeks geraakt
De gebeurtenissen bij NS en Schiphol laten zien dat een arbeidsconflict in de schoonmaakbranche ook gevolgen heeft voor organisaties die zelf geen partij zijn bij de cao-onderhandelingen.
Voor schoonmaakbedrijven betekent dit dat zij tijdens stakingen moeten beoordelen hoe zij hun contractuele verplichtingen kunnen blijven uitvoeren.
Daarbij spelen vragen over de continuïteit van de dienstverlening, de inzet van beschikbaar personeel en de communicatie met opdrachtgevers.
Ook is het belangrijk dat werkgevers zorgvuldig omgaan met het wettelijke stakingsrecht. Werknemers mogen onder de daarvoor geldende voorwaarden deelnemen aan collectieve acties. De gevolgen daarvan moeten door werkgevers per situatie worden beoordeeld.
Een staking betekent bovendien niet automatisch dat een schoonmaakbedrijf zonder verdere gevolgen zijn verplichtingen tegenover een opdrachtgever kan opschorten. De afspraken in het contract en de omstandigheden van de werkonderbreking zijn daarbij van belang.
Verschil tussen grote en kleine schoonmaakbedrijven
De huidige acties maken ook een verschil zichtbaar tussen grote schoonmaakorganisaties en kleinere ondernemers.
Grote bedrijven beschikken doorgaans over meer mogelijkheden om personeel anders in te zetten of werkzaamheden tijdelijk te reorganiseren.
Bij een klein schoonmaakbedrijf kan het wegvallen van enkele medewerkers al direct gevolgen hebben voor de uitvoering van opdrachten.
Tegelijkertijd beschikken kleinere bedrijven vaak over korte communicatielijnen met hun medewerkers en opdrachtgevers. Dat kan helpen om problemen tijdig te bespreken en praktische oplossingen te vinden.
De cao-afspraken gelden echter niet uitsluitend voor grote schoonmaakbedrijven. Ook het midden- en kleinbedrijf moet rekening houden met de nieuwe loonafspraken en overige arbeidsvoorwaarden voor zover de cao van toepassing is.
Nieuwe discussie over loondoorbetaling bij ziekte
De stakingen komen op een moment waarop de loondoorbetaling bij ziekte ook buiten de schoonmaakbranche onderwerp van discussie is.
Werkgevers wijzen al langer op de financiële risico’s van langdurig ziekteverzuim. Vooral voor kleinere ondernemingen kunnen twee jaar loondoorbetaling en de verplichtingen rondom re-integratie zwaar wegen.
De nieuwe schoonmaak-cao probeert volgens de werkgeversorganisatie meer grip te krijgen op de verzuimkosten.
FNV stelt daar tegenover dat werknemers die ziek worden niet financieel gestraft mogen worden.
Daarmee raakt het conflict aan een fundamentele vraag: hoe kunnen de financiële risico’s van ziekte eerlijk worden verdeeld tussen werkgever en werknemer?
Onzekerheid over verdere acties
FNV heeft aangekondigd door te gaan met actievoeren zolang de cao niet wordt opengebroken. De vakbond sluit daarbij nieuwe en mogelijk omvangrijkere acties niet uit.
Schoonmakend Nederland en CNV beschouwen de ondertekende cao als een geldige overeenkomst. De werkgeversorganisatie heeft eerder aangegeven dat zij het liefst met beide vakbonden tot afspraken was gekomen.
Voor schoonmaakondernemers betekent dit dat de nieuwe arbeidsvoorwaarden moeten worden uitgevoerd, terwijl de onrust in de sector voortduurt.
De komende periode zal moeten blijken of de betrokken partijen opnieuw met elkaar in gesprek gaan of dat de acties verder worden uitgebreid.
Voor werkgevers in de schoonmaakbranche staat ondertussen veel op het spel. Niet alleen de kosten van arbeid en ziekteverzuim, maar ook de continuïteit van de dienstverlening, de relatie met opdrachtgevers en het behoud van medewerkers.
De stakingen bij NS en Schiphol maken duidelijk dat het cao-conflict nog niet is afgesloten, ondanks het feit dat de nieuwe overeenkomst inmiddels is ondertekend.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.