Voor schoonmaakondernemers wordt vooral januari 2027 een belangrijk moment. Dan moet duidelijk worden welke concrete vereenvoudigingen het kabinet daadwerkelijk wil doorvoeren. Pas dan zal blijken of de politieke wens voor minder regeldruk ook echt leidt tot minder papierwerk voor het mkb in de schoonmaak.
Voor kleine en middelgrote schoonmaakbedrijven kan er verlichting komen in de administratieve verplichtingen rond arbeidsomstandigheden. De Tweede Kamer heeft vijf moties aangenomen die de regeldruk rond onder meer de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moeten verminderen. Vooral voor mkb-werkgevers moet het systeem eenvoudiger en beter uitvoerbaar worden.
Dat is voor de schoonmaakbranche relevant. Ook een klein schoonmaakbedrijf is verplicht de arbeidsrisico’s in kaart te brengen en maatregelen te nemen. Denk daarbij aan werken met schoonmaakmiddelen, fysieke belasting, tillen, uitglijden, werken op hoogte, machines en werkdruk. Een goede RI&E is daarom belangrijk, maar de administratieve verplichtingen eromheen kunnen voor kleinere ondernemers behoorlijk zwaar zijn.
De aangenomen moties van onder anderen SGP en VVD moeten daar verandering in brengen. Zo moet het kabinet een quickscan uitvoeren naar de belangrijkste klachten over arboregeldruk bij het mkb en bedrijven met beperkte risico’s. Vervolgens moet worden bekeken waar regels daadwerkelijk eenvoudiger kunnen.
Ook moet de procedure voor de erkenning van branche-RI&E’s worden aangepast. Daarnaast wil de Kamer dat het kabinet uiterlijk in januari 2027 met concrete voorstellen komt die werkgevers merkbaar minder administratieve lasten opleveren.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar het verminderen van verplichte externe toetsing en het verruimen van de vrijstelling bij het gebruik van een branche-RI&E. Een van de mogelijkheden die nadrukkelijk moet worden onderzocht, is het verhogen van de grens voor die toetsingsvrijstelling naar bedrijven met maximaal 50 medewerkers.
Interessant voor grotere schoonmaakbedrijven is ook de aangenomen motie over ondernemingen met meerdere vergelijkbare vestigingen. Het uitgangspunt moet worden dat niet steeds voor iedere vergelijkbare locatie opnieuw een volledige RI&E hoeft te worden opgesteld en extern getoetst. Eén representatieve RI&E zou dan kunnen volstaan, aangevuld met een beoordeling van de specifieke risico’s op de afzonderlijke locatie.
Voor schoonmaakbedrijven ligt dat wel genuanceerd. Schoonmakers werken immers vaak op uiteenlopende locaties bij verschillende opdrachtgevers. Een kantoor, ziekenhuis, school, fabriek of hotel kent verschillende risico’s. Vereenvoudiging mag daarom niet betekenen dat locatiespecifieke gevaren uit beeld verdwijnen.
De kern van de plannen is dan ook niet het afschaffen van aandacht voor veilig en gezond werken. De bedoeling is juist dat werkgevers minder tijd en geld kwijt zijn aan herhaald papierwerk en meer aandacht kunnen besteden aan daadwerkelijke preventie op de werkvloer.
VNO-NCW en MKB-Nederland hebben positief gereageerd op de aangenomen moties. Volgens de ondernemersorganisaties moeten werknemers goed beschermd blijven, maar kunnen de verplichtingen eenvoudiger worden ingericht en beter aansluiten bij de omvang en risico’s van een onderneming.
Voor het mkb in de schoonmaak zijn de moties daarom interessant, maar er verandert vandaag nog niets. De bestaande RI&E-verplichtingen blijven gewoon gelden. Het kabinet moet de aangenomen moties nu gaan uitwerken.
Bron: MKB Nederland
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.