Jarenlang konden schoonmaakbedrijven zich onderscheiden met duurzame schoonmaakmiddelen, herbruikbare materialen of een elektrische bedrijfswagen. Dat tijdperk loopt ten einde. Wat enkele jaren geleden nog een onderscheidende factor was, ontwikkelt zich in hoog tempo tot een harde eis van opdrachtgevers en aanbestedende diensten. Duurzaamheid is niet langer een keuze, maar een voorwaarde om überhaupt mee te mogen doen.
Steeds meer opdrachtgevers kijken bij aanbestedingen verder dan alleen prijs en kwaliteit. Zij willen inzicht in de manier waarop een schoonmaakbedrijf omgaat met milieu, medewerkers en bedrijfsvoering. Begrippen als ESG (Environmental, Social & Governance), CO₂-reductie, circulariteit en sociale impact verschijnen steeds vaker in aanbestedingsdocumenten en contractverlengingen.
Van schoonmaken naar maatschappelijk ondernemen
Voor veel mkb-schoonmaakbedrijven klinkt ESG nog als een term uit de wereld van grote multinationals. Toch raakt het inmiddels ook de dagelijkse praktijk van de schoonmaakondernemer.
Bij de milieukant gaat het bijvoorbeeld om het gebruik van biologisch afbreekbare middelen, waterbesparing, afvalreductie en emissiearm vervoer. De sociale component draait om goed werkgeverschap, duurzame inzetbaarheid, opleiding en inclusiviteit. Governance heeft betrekking op transparantie, integriteit en verantwoord ondernemerschap.
Opdrachtgevers willen steeds vaker bewijs zien van deze inspanningen. Een mooi verhaal is niet meer voldoende; meetbare resultaten worden belangrijker.
De nieuwe concurrentiestrijd
Dat duurzaamheid een basisvoorwaarde wordt, betekent niet dat bedrijven automatisch achter het net vissen wanneer zij nog niet volledig zijn ingericht op ESG. Wel verandert de concurrentiestrijd.
Waar vroeger vooral werd gekeken naar de laagste prijs, verschuift de aandacht naar aantoonbare meerwaarde. Bedrijven die kunnen laten zien hoeveel CO₂ zij besparen, hoe zij medewerkers ontwikkelen en welke duurzame innovaties zij toepassen, hebben een duidelijk voordeel tijdens aanbestedingen en contractonderhandelingen.
Daarbij speelt ook technologie een belangrijke rol. Digitale rapportages, dashboards en milieumetingen maken het mogelijk om prestaties inzichtelijk te maken. Opdrachtgevers verwachten steeds vaker deze vorm van transparantie.
Kansen voor het mkb
De ontwikkeling richting duurzaamheid hoeft geen bedreiging te zijn voor kleinere schoonmaakbedrijven. Integendeel. Juist mkb-ondernemers zijn vaak wendbaar en kunnen snel inspelen op nieuwe wensen van opdrachtgevers.
Kleine stappen kunnen al verschil maken:
- overstappen op milieuvriendelijke middelen;
- inzetten op herbruikbare materialen;
- medewerkers actief betrekken bij duurzame initiatieven;
- CO₂-uitstoot inzichtelijk maken;
- duurzaamheidsdoelen opnemen in de bedrijfsstrategie.
Het belangrijkste is dat duurzaamheid geen los project blijft, maar onderdeel wordt van de dagelijkse bedrijfsvoering.
Vooruitkijken naar 2030
De verwachting binnen de branche is duidelijk: duurzaamheid zal de komende jaren verder worden geïntegreerd in wetgeving, aanbestedingen en klantverwachtingen. Wat vandaag nog een extra vraag is in een offerte, kan morgen een knock-outcriterium zijn.
Voor schoonmaakbedrijven ligt er daarom een duidelijke opdracht. Niet wachten tot opdrachtgevers erom vragen, maar zelf het initiatief nemen. Want in de schoonmaakbranche van morgen wint niet automatisch degene met de laagste prijs, maar degene die kan aantonen dat schoonmaken hand in hand gaat met verantwoord ondernemen.
Duurzaamheid is daarmee niet langer een onderscheidende extra. Het is het nieuwe toegangsbewijs tot de markt.
Tekst: Redactie SIEV- Dagblad