De toename van flexibile arbeidskrachten laat zien dat de vraag naar tijdelijke en flexibele krachten in de publieke sector fors is gestegen. Flexibele arbeid omvat onder meer uitzendkrachten voor het onderhoud, de schoonmaak, detacheringen, projectmedewerkers en specialisten op tijdelijke basis. Overheidsinstellingen en gemeenten maken steeds vaker gebruik van deze constructies om pieken in werkdruk op te vangen of om specialistische kennis in te huren zonder langdurige verplichtingen.
Volgens experts ligt de stijging niet alleen aan de vraag, maar ook aan complexere aanbestedingsprocessen en centralisatie van inkoop. Overheidsinstanties hebben in 2025 vaker gekozen voor grootschalige raamovereenkomsten en Europese aanbestedingen, wat de totale waarde van de contracten opdreef.
Sectoren met de meeste flexibele inhuur
De grootste bestedingen aan flexibele arbeid komen uit sectoren zoals:
- Zorg en welzijn – tijdelijke medewerkers voor ziekenhuizen, verpleeghuizen en gemeenten.
- Onderwijs en cultuur – onder meer tijdelijke docenten en projectmedewerkers.
- Publieke veiligheid en handhaving – bijvoorbeeld extra personeel bij politie, brandweer en gemeentelijke handhaving.
Analisten wijzen erop dat de stijging deels ook wordt gedreven door schaarste op de arbeidsmarkt, waardoor vaste aanstellingen lastiger zijn en organisaties sneller naar flexibele oplossingen grijpen.
Voordelen en uitdagingen
Flexibele arbeid biedt overheden snelheid en flexibiliteit, maar brengt ook uitdagingen met zich mee: hogere kosten per uur, wisselende kwaliteit en beperkte continuïteit. Daarnaast waarschuwen vakbonden en belangenorganisaties dat de sterke groei kan leiden tot een fragmentarische arbeidsmarkt binnen de publieke sector, waar tijdelijke krachten minder zeggenschap en zekerheid hebben.
Blik op 2026 en verder
Voor 2026 wordt verwacht dat de uitgaven aan flexibele arbeid stabiel blijven of licht stijgen, mede door aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en de noodzaak om pieken in werkdruk op te vangen. Tegelijkertijd wordt er gekeken naar strategische inkoop en duurzame arbeidsovereenkomsten, om de kosten te beheersen en tijdelijke krachten beter te binden.
Conclusie
Met bijna €15 miljard aan publieke flexibele arbeid in 2025 laat de overheid zien hoe groot de afhankelijkheid is geworden van tijdelijke krachten. De verdubbeling ten opzichte van 2024 benadrukt zowel de kansen als de risico’s van deze trend: flexibiliteit en snelheid tegenover kosten, continuïteit en arbeidsvoorwaarden. Het wordt een uitdaging voor beleidsmakers en inkopers om de balans de komende jaren te behouden.
Bron: Redactie SIEV- Dagblad