Werknemers met een flexibel contract krijgen de komende jaren meer zekerheid als het aan het kabinet ligt. Een belangrijk onderdeel van de plannen is de invoering van een basiscontract, dat veel huidige oproepcontracten moet vervangen. Daarnaast worden de regels voor uitzendkrachten aangescherpt en wil de overheid voorkomen dat werkgevers werknemers jarenlang via opeenvolgende tijdelijke contracten in onzekerheid houden.
Met het nieuwe basiscontract moeten werknemers vooraf duidelijkheid krijgen over het aantal uren dat zij werken en het inkomen waarop zij kunnen rekenen. Daarmee wil de overheid een einde maken aan de situatie waarin werknemers vaak pas op het laatste moment horen of zij moeten werken.
Ook uitzendkrachten krijgen betere bescherming. Zij moeten sneller aanspraak kunnen maken op arbeidsvoorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van werknemers die rechtstreeks bij een werkgever in dienst zijn. Daarmee moet het verschil tussen vaste medewerkers en uitzendkrachten kleiner worden.
Verder richt de hervorming zich op het tegengaan van zogenoemde draaideurconstructies. Werkgevers die werknemers steeds opnieuw tijdelijke contracten aanbieden om een vast dienstverband te vermijden, krijgen met strengere regels te maken. Het doel is dat werknemers eerder uitzicht krijgen op een vaste baan.
Volgens het kabinet moeten de maatregelen bijdragen aan een eerlijkere en stabielere arbeidsmarkt. Werkgevers behouden ruimte om flexibel personeel in te zetten wanneer dat nodig is, maar de balans moet verschuiven naar meer inkomens- en baanzekerheid voor werknemers. De voorgestelde wijzigingen maken deel uit van een bredere hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt, waarin het terugdringen van langdurige flexibele arbeid centraal staat.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.