De mogelijkheden voor Oekraïense vluchtelingen om in Nederland te werken blijven voorlopig ongewijzigd. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is verlengd tot en met 4 maart 2028. Voor schoonmaakbedrijven betekent dit dat Oekraïners die onder deze regeling vallen zonder tewerkstellingsvergunning in loondienst kunnen blijven werken. Werkgevers moeten zich daarbij wel aan een aantal voorwaarden houden.
Volgens brancheorganisatie ABU blijft het voor werkgevers allereerst belangrijk om vast te stellen of een werknemer daadwerkelijk onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt. De werknemer moet bovendien beschikken over een geldig bewijs van verblijf van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Dat bewijs kan bestaan uit een sticker of pasje. Staat daarop nog een inmiddels verouderde einddatum, dan kan daarnaast een verlengingsbrief van de IND noodzakelijk zijn.
Geen werkvergunning, wel melden bij UWV
Een belangrijk aandachtspunt voor schoonmaakondernemers is de meldplicht. Hoewel geen tewerkstellingsvergunning (twv) hoeft te worden aangevraagd, moet de werkgever bij UWV melden dat een Oekraïense werknemer aan het werk gaat.
Die verplichting geldt ook wanneer een schoonmaakbedrijf de medewerker rechtstreeks in dienst neemt. De melding moet minimaal twee werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden worden gedaan.
Verandert er vervolgens iets in het dienstverband, dan kan een nieuwe melding noodzakelijk zijn. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer iemand langer of korter blijft werken dan aanvankelijk is opgegeven of wanneer de functie verandert.
Voor schoonmaakbedrijven is het daarom verstandig deze controle en melding als vast onderdeel van de personeelsadministratie op te nemen.
Andere regels voor derdelanders
Extra oplettendheid is nodig bij werknemers die wel uit Oekraïne zijn gevlucht, maar niet de Oekraïense nationaliteit hebben. Niet-Oekraïners die in Oekraïne slechts over een tijdelijke verblijfsvergunning beschikten, vallen sinds 4 september 2025 in beginsel niet meer onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
Of zij in Nederland mogen werken, is afhankelijk van hun actuele verblijfsstatus. Bij bepaalde lopende beroepsprocedures kunnen uitzonderingen gelden. Werkgevers moeten daarom per werknemer controleren of uit de verblijfsdocumenten blijkt dat werken in Nederland is toegestaan.
Ook bij Oekraïners met militaire verplichtingen kan aanvullende controle noodzakelijk zijn. Bij een nieuwe aanvraag voor tijdelijke bescherming moeten zij volgens de ABU kunnen aantonen dat aan die verplichtingen is voldaan of dat zij daarvan zijn vrijgesteld.
Schoonmaakbranche krijgt langer zekerheid
De verlenging tot maart 2028 geeft schoonmaakbedrijven die Oekraïense medewerkers in dienst hebben voorlopig duidelijkheid. Dat is relevant voor een sector waarin de beschikbaarheid van voldoende personeel al langere tijd een belangrijk vraagstuk is.
De regeling betekent echter niet dat werkgevers tot 2028 nergens meer naar hoeven om te kijken. Verblijfsdocumenten moeten geldig zijn, de UWV-melding moet correct worden gedaan en met name bij derdelanders moet zorgvuldig worden gecontroleerd of werken is toegestaan.
Wat gebeurt er na 4 maart 2028?
De huidige tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2028. De regering onderzoekt hoe Oekraïense vluchtelingen daarna kunnen overstappen naar een reguliere verblijfsstatus, bijvoorbeeld op basis van werk.
Voor mensen die daarvoor niet direct in aanmerking komen, wordt gekeken naar een mogelijk transitiedocument met een geldigheidsduur van drie jaar.
Voor schoonmaakondernemers die structureel met Oekraïense medewerkers werken, wordt de overgang naar de periode na maart 2028 daarmee een belangrijk personeelsdossier. Zij doen er goed aan de ontwikkelingen bij IND en UWV te blijven volgen en ruim voor het aflopen van de tijdelijke bescherming te bekijken wat de nieuwe regels voor hun medewerkers betekenen.
Tekst: Redactie SIEV- Dagblad.