Het opleiden van medewerkers is belangrijk voor de kwaliteit en professionalisering van de schoonmaakbranche. Toch blijkt juist voor kleinere schoonmaakbedrijven de financiering van opleidingen een struikelblok. Cao-partijen erkennen het probleem en hebben afgesproken dat de RAS gaat onderzoeken of de huidige werkwijze kan worden aangepast.
Werkgevers kunnen voor verschillende opleidingen een financiƫle bijdrage van de RAS ontvangen. Het probleem zit vooral in het moment waarop dat geld beschikbaar komt. In de huidige systematiek moet een werkgever de opleiding eerst betalen. Bij veel opleidingen volgt de bijdrage pas nadat de werknemer de opleiding succesvol heeft afgerond.
Voor een groot schoonmaakbedrijf is het voorschieten van opleidingskosten doorgaans gemakkelijker op te vangen. Voor een ondernemer met bijvoorbeeld tien of twintig medewerkers kan het om een aanzienlijk bedrag gaan wanneer meerdere werknemers tegelijkertijd een opleiding volgen.
Het klein mkb heeft daarom aangegeven dat het voorschieten van deze kosten in de praktijk niet altijd lukt. Het gevolg kan zijn dat medewerkers een opleiding niet of pas later volgen. Dat staat haaks op de wens om vakmanschap en ontwikkeling binnen de schoonmaakbranche juist te stimuleren.
De cao-partijen hebben het probleem nu expliciet opgenomen in hun afspraken. De RAS gaat nader onderzoeken hoe groot de belemmering is en welke oplossing praktisch uitvoerbaar is. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de mogelijkheid om werkgevers vooraf een voorschot op de opleidingssubsidie te geven.
Dat zou voor kleinere bedrijven een belangrijk verschil kunnen maken. De ondernemer hoeft dan niet eerst het volledige bedrag uit de eigen liquiditeit te halen en vervolgens te wachten totdat aan alle voorwaarden voor uitbetaling is voldaan.
Dat het om relevante bedragen kan gaan, blijkt uit de opleidingsvergoedingen voor 2026. Voor de Basisvakopleiding Schoonmaken bedraagt de tegemoetkoming bijvoorbeeld 475 euro per geslaagde medewerker. Voor verschillende specialistische opleidingen liggen de bedragen hoger. Voor de opleiding voor meewerkend voorman of -vrouw bedraagt de vergoeding zelfs 2.090 euro.
Daarbij moet worden bedacht dat een werkgever niet alleen met de opleidingskosten te maken heeft. Medewerkers die een noodzakelijke vakopleiding volgen, krijgen hun cursus- en examenuren doorbetaald. Voor een klein bedrijf moet ondertussen ook het dagelijkse werk bij klanten doorgaan.
Juist daar zit het verschil tussen theorie en praktijk. Iedereen is het erover eens dat medewerkers zich moeten kunnen ontwikkelen, maar een subsidieregeling helpt het klein mkb pas echt wanneer een ondernemer de kosten ook daadwerkelijk kan dragen.
Het onderzoek van de RAS kan daarom belangrijk worden voor kleinere schoonmaakbedrijven. Een voorschotregeling zou de drempel om personeel op te leiden aanzienlijk kunnen verlagen. De vraag is nu hoe de regeling wordt uitgewerkt en wanneer kleinere werkgevers er daadwerkelijk gebruik van kunnen maken.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.