In het rapport ‘Staat van de Markt’ (https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-publiceert-nieuw-rapport-de-staat-van-de-markt-2026) waarschuwt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) dat de concurrentie in Nederland onder druk staat. Die waarschuwing is terecht. Tegelijk valt op dat arbeidsintensieve dienstensectoren, zoals schoonmaak, beveiliging en catering, daarin nauwelijks expliciet worden benoemd. Dat betekent niet dat er in deze sectoren niets verandert, maar wel dat ontwikkelingen en spanningen niet altijd goed passen binnen het huidige mededingingskader.
door Bert van Boggelen en Geert van de Laar van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag
Juist in deze sectoren is arbeid geen bijzaak, maar de kern van de dienstverlening. Sinds de oprichting van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag is er veel in beweging gekomen. In aanbestedingen wordt kwaliteit op papier steeds vaker zwaarder meegewogen dan prijs. Opdrachtgevers formuleren expliciete kwaliteitscriteria en sommigen gaan nog een stap verder door een bodemprijs vast te stellen die het mogelijk maakt het werk goed, veilig en duurzaam uit te voeren. Dat zijn belangrijke en hoopgevende stappen, die in meerdere sectoren zichtbaar zijn.
Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn over de praktijk. Ondanks hogere kwaliteitswegingen blijkt prijs in veel aanbestedingen alsnog de doorslaggevende factor. Niet omdat opdrachtgevers dat altijd zo bedoelen, maar omdat het systeem zo werkt: kleine prijsverschillen hebben grote effecten, terwijl kwaliteitscriteria lastig objectief te toetsen zijn. Zo ontstaat een spanning tussen intentie en uitkomst. De markt lijkt verantwoordelijk ingericht, maar functioneert in de praktijk niet altijd zo.
Vanuit de Code Verantwoordelijk Marktgedrag zien wij deze spanning dagelijks terug. Wij zien opdrachtgevers die serieus werk maken van kwaliteit en uitvoerbaarheid en bedrijven die daarin investeren, of het nu gaat om schoonmaak, beveiliging of catering. Tegelijk zien wij dat de structurele prikkels in de markt nog steeds sterk gericht zijn op kostenreductie. Die druk verplaatst zich dan ongemerkt naar arbeid: minder tijd, meer intensiteit en minder ruimte voor vakmanschap. Formeel is dit concurrentie. Maar de vraag is of dit ook de vorm van concurrentie is die we met elkaar wenselijk vinden. Wanneer de kwaliteit van arbeid onvoldoende wordt meegenomen in de manier waarop we concurrentie beoordelen, ontstaat een blinde vlek in toezicht en beleid.
De ACM vervult een cruciale rol in het bewaken van eerlijke concurrentie en toetst terecht fusies en overnames, ook in arbeidsintensieve sectoren. Wat nog ontbreekt, is een bredere analyse van hoe marktconcentratie, aanbestedingspraktijken en arbeidskwaliteit samenhangen. Niet als verwijt, maar als uitnodiging om het mededingingskader verder te ontwikkelen en beter te laten aansluiten op de realiteit van deze sectoren.
De positieve ontwikkelingen laten zien dat verandering mogelijk is. De Code Verantwoordelijk Marktgedrag laat zien dat partijen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen en verder te kijken dan de laagste prijs. De volgende stap is dat ook toezicht en beleid hierin meebewegen. Een weerbare markt vraagt niet om minder concurrentie, maar om betere concurrentie. Concurrentie die ruimte laat voor kwaliteit, uitvoerbaarheid en menswaardig werk. Die beweging is ingezet. Nu is het zaak dat het institutionele kader meebeweegt.
Publikatie: Code Verantwoordelijk Marktgedrag