Een langdurig zieke werknemer kost een bedrijf gemiddeld 405 euro per dag. Dat bedrag bestaat uit doorbetaling van loon, kosten voor vervanging en verlies aan productiviteit. Op papier is het een rekensom. In de praktijk is het voor veel kleine ondernemers een sluipende financiële ramp.
Door Bart Bakker
Voor grote bedrijven is langdurig verzuim een beheersbaar risico, uitgesmeerd over personeel, reserves en schaalgrootte. Voor kleine werkgevers ligt dat fundamenteel anders. Daar kan één zieke medewerker het verschil betekenen tussen een gezond bedrijf en serieuze financiële problemen.
Het echte probleem zit vóór de WIA
De discussie over arbeidsongeschiktheid richt zich vaak op de WIA, maar het werkelijke financiële zwaartepunt ligt al veel eerder. Werkgevers zijn verplicht om tot twee jaar loon door te betalen bij ziekte. Daarbovenop komen re-integratieverplichtingen, arbodienstkosten en de noodzaak om tijdelijk vervanging te regelen.
Die combinatie maakt het systeem bijzonder zwaar, juist voor kleinere bedrijven. Zij hebben minder financiële buffers, minder personeel om taken op te vangen en minder onderhandelingsmacht richting verzekeraars of arbodiensten.
Het gevolg is dat langdurig verzuim niet alleen een personeelskwestie is, maar een structureel bedrijfsrisico.
Kabinetsplannen vergroten de druk
In plaats van verlichting te bieden, lijken nieuwe plannen van het kabinet de druk eerder te verhogen dan te verlagen. Meer nadruk op verplichtingen, strengere kaders en extra administratieve lasten zorgen ervoor dat het risico voor werkgevers verder toeneemt.
Voor kleine ondernemers voelt dat als een opeenstapeling van verantwoordelijkheden zonder evenredige ondersteuning. De boodschap lijkt impliciet: u draagt het risico, ongeacht uw omvang of draagkracht.
Dat is een gevaarlijke ontwikkeling.
De perverse prikkel op de arbeidsmarkt
Het huidige systeem heeft een bijeffect waar zelden eerlijk over wordt gesproken: risicomijdend gedrag bij werkgevers. Als één langdurig zieke werknemer zulke grote financiële gevolgen kan hebben, wordt voorzichtigheid een rationele keuze.
Dat uit zich in:
- minder snel vaste contracten aanbieden
- terughoudendheid bij het aannemen van personeel
- extra selectie op (vermeende) gezondheidsrisico’s
Dit zijn geen kwaadaardige keuzes, maar economische reacties op een systeem dat risico’s onevenredig neerlegt bij werkgevers.
En precies daar wringt het. Een beleid dat werknemers moet beschermen, kan er indirect toe leiden dat kansen op werk juist afnemen.
Oneerlijke verdeling van maatschappelijke risico’s
Ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn maatschappelijke risico’s. Ze horen bij een moderne samenleving en een humane arbeidsmarkt. Maar in Nederland worden die risico’s in hoge mate neergelegd bij individuele werkgevers.
Vooral kleine ondernemers betalen de prijs.
Dat roept een fundamentele vraag op: hoe eerlijk is het om zulke grote, onvoorspelbare risico’s neer te leggen bij partijen die daar het minst tegen bestand zijn? Het antwoord laat zich raden.
Tijd voor herverdeling en realisme
Als we willen dat kleine bedrijven blijven groeien, banen creëren en kansen bieden, dan moet het systeem eerlijker worden ingericht. Dat betekent niet dat werkgevers geen verantwoordelijkheid meer dragen, maar wel dat de balans terug moet.
Denk aan:
- kortere loondoorbetalingsverplichtingen voor kleine werkgevers
- meer collectieve oplossingen voor langdurig verzuim
- betere spreiding van risico’s via publieke of sectorale regelingen
Zonder zulke aanpassingen blijft het huidige model knellen.
Conclusie
Ziekte mag nooit een keuze zijn, maar het mag ook geen faillissementsrisico worden. Toch is dat precies wat er nu gebeurt voor veel kleine ondernemers.
Zolang één langdurig zieke werknemer een bedrijf financieel kan ontwrichten, is het systeem niet in balans. En zolang beleid die realiteit niet erkent, wordt het probleem alleen maar groter.
De vraag is niet óf dit systeem aangepast moet worden, maar hoe lang we nog wachten voordat we dat daadwerkelijk doe.
Publikatie: SIEV-Dagblad.