De Rijksoverheid zet een stevige stap richting minder afval en meer hergebruik. Staatssecretaris Thierry Aartsen (Openbaar Vervoer en Milieu) kondigt aan dat de regels voor wegwerpbekers en -bakjes duidelijker, strenger én praktischer worden gemaakt. De kern van de nieuwe aanpak is simpel: organisaties moeten overstappen op herbruikbare oplossingen die in de praktijk écht werken.
Herbruikbaar standaard op kantoor
Voor kantoren, bedrijven en andere organisaties betekent dit dat herbruikbaar voortaan de standaard wordt. De uitzonderingen verdwijnen, waardoor wegwerpbekers bij koffieautomaten tot het verleden gaan behoren. Zoals Aartsen het verwoordt: “Als je op kantoor werkt, drink je uit een herbruikbare beker. Of dat nu porselein, glas of hard plastic is, maakt niet uit — maar de toren wegwerpbekers verdwijnt.”
De nieuwe regels gaan officieel in 2027 van kracht. Tot die tijd past de Inspectie Leefomgeving en Transport de handhaving alvast aan, zodat organisaties kunnen wennen aan de nieuwe situatie. Bedrijven die met veranderingen te maken krijgen, krijgen bovendien een jaar voorbereidingstijd voordat er daadwerkelijk wordt gehandhaafd.
Knelpunten oplossen
Op sommige plekken lopen de regels voor wegwerpbekers en -bakjes stroef, blijk uit gesprekken met de sector. Aartsen: “Bijvoorbeeld op plekken waar je veel rondloopt, zoals in een pretpark. Je bestelt daar een kop koffie. De ondernemer kan dan voortaan kiezen voor herbruikbaar, maar ook wegwerpbekers zijn toegestaan. Ze moeten dan wel zorgen voor recycling.”
Tegelijkertijd gaat het op andere plekken goed. Aartsen: “In kantoren bijvoorbeeld zijn herbruikbare kopjes inmiddels nagenoeg de standaard geworden. Dat leidt tot een grote vermindering van eenmalig gebruikte bekers. Dat is mooi, want dat helpt ons bij het halen van ons doel om het gebruik van wegwerpbekers naar beneden te brengen. Daar gaan we dus voor hergebruik.”
Aartsen: “Waar het goed gaat, laten we het hoe het is. En waar het nodig is, doen we aanpassingen. Het gaat erom dat we een goede balans moeten vinden en ondernemers de ruimte moeten geven om keuzes te maken waar nodig.”
Bron: Rijksoverheid