Na een intensief debat besloot het kabinet het beleid met betrekking tot de belastingen voor het MKB bij te stellen. Voor het jaar 2026 geldt dat de Belastingdienst bij signalen van schijnzelfstandigheid niet direct sancties oplegt in de vorm van verzuimboetes.
In plaats daarvan begint de controle doorgaans met een bedrijfsbezoek. Zo’n bezoek is bedoeld om inzicht te krijgen in de praktijk en leidt hooguit tot een waarschuwing. Op basis van een bedrijfsbezoek kunnen nog geen naheffingen worden opgelegd.
Pas wanneer sprake is van een boekenonderzoek kan worden overgegaan tot het opleggen van naheffingen. Die naheffingen blijven mogelijk en kunnen betrekking hebben op loonbelasting vanaf 1 januari 2025. Daarbij blijft de handhaving gebaseerd op de bestaande jurisprudentie, waaronder de zogenoemde Deliveroo-criteria.
Nieuw is dat vanaf 1 januari 2026 wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd. Dat was in 2025 nog niet het geval. Deze boetes, die kunnen oplopen van 10 tot 100% van de naheffing, zijn alleen mogelijk bij opzet of grove schuld, bijvoorbeeld wanneer waarschuwingen of eerdere aanwijzingen van de Belastingdienst bewust worden genegeerd.
Verzuimboetes – zoals boetes voor te laat of onjuist betalen – blijven in zowel 2025 als 2026 achterwege. Deze boetes bedragen normaal gesproken 3% van de naheffing, met in uitzonderlijke gevallen een maximum van 10%, tot maximaal € 6.709 per aangifteperiode. Vanaf 2027 vervallen ook deze laatste elementen van de zachte landing.