Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie zet een belangrijke eerste stap om statushouders sneller aan het werk te krijgen. Ruim tachtig gemeenten in Nederland gaan aan de slag met zogenoemde startbanen, waarbij nieuwkomers direct na hun vestiging in Nederland werk combineren met hun inburgeringstraject.
Met het initiatief wil het kabinet voorkomen dat statushouders langdurig langs de zijlijn blijven staan. Volgens het ministerie blijkt in de praktijk dat veel nieuwkomers vaak pas laat beginnen met werken, terwijl juist snelle deelname aan de arbeidsmarkt kan bijdragen aan integratie, zelfstandigheid en taalontwikkeling.
Werk en inburgering tegelijkertijd
Bij de nieuwe aanpak worden werk en inburgering niet langer strikt van elkaar gescheiden. Statushouders krijgen de mogelijkheid om vanaf het begin werkervaring op te doen, terwijl zij tegelijkertijd Nederlandse les volgen en werken aan hun inburgering.
Volgens minister Aartsen helpt deze combinatie nieuwkomers sneller mee te draaien in de samenleving. Door direct contact met collega’s, werkgevers en klanten leren statushouders niet alleen sneller de taal, maar bouwen zij ook eerder een sociaal netwerk op.
De startbanen kunnen in verschillende sectoren worden aangeboden, waaronder:
- schoonmaak,
- logistiek,
- techniek,
- horeca,
- zorg,
- productie,
- en groenvoorziening.
Vooral sectoren met personeelstekorten kunnen profiteren van de nieuwe regeling.
Gemeenten spelen belangrijke rol
Meer dan tachtig gemeenten hebben aangegeven mee te doen aan het programma. Zij gaan samenwerken met werkgevers, uitzendorganisaties en maatschappelijke partners om geschikte werkplekken te vinden.
Gemeenten krijgen een belangrijke taak in de begeleiding van statushouders. Daarbij wordt gekeken naar taalniveau, opleiding, werkervaring, persoonlijke situatie en kansen op duurzame arbeid.
Het doel is niet alleen snelle uitstroom naar werk, maar ook het voorkomen van langdurige afhankelijkheid van uitkeringen.
Tekorten op arbeidsmarkt
De maatregel komt op een moment waarop veel sectoren kampen met grote personeelstekorten. Werkgevers geven al langer aan moeite te hebben met het vinden van personeel, terwijl tegelijkertijd veel statushouders nog niet actief zijn op de arbeidsmarkt.
Volgens deskundigen kan de nieuwe aanpak daarom voordelen bieden voor zowel werkgevers als nieuwkomers. Werkgevers krijgen extra personeel, terwijl statushouders sneller werkritme, inkomen en perspectief opbouwen.
Positieve ervaringen uit pilots
In verschillende gemeenten zijn eerder al pilots uitgevoerd met vergelijkbare trajecten. Daaruit bleek dat statushouders die snel aan het werk gingen vaak sneller de taal leerden en beter integreerden.
Ook bleek dat werkgevers over het algemeen positief waren over de motivatie van de deelnemers. Wel vragen veel trajecten om goede begeleiding, duidelijke communicatie en ondersteuning op de werkvloer.
Kritische aandachtspunten
Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten. Vakbonden en belangenorganisaties wijzen erop dat startbanen niet mogen leiden tot goedkope of tijdelijke arbeid zonder doorgroeimogelijkheden. Ook moet worden voorkomen dat nieuwkomers in kwetsbare posities terechtkomen.
Daarnaast blijft voldoende begeleiding essentieel. Niet iedere statushouder heeft dezelfde achtergrond of opleiding en sommige mensen hebben extra ondersteuning nodig bij taal, cultuurverschillen of psychische klachten als gevolg van oorlog en vlucht.
Snellere integratie centraal
Met de invoering van de startbanen wil het kabinet vooral inzetten op snellere participatie en integratie. Volgens minister Aartsen is werk één van de belangrijkste manieren om mee te doen in de samenleving.
De komende periode moet blijken hoe succesvol de nieuwe aanpak daadwerkelijk wordt en hoeveel statushouders via de regeling duurzaam aan het werk kunnen blijven.
Tekst: Bart Bakker/ SIEV Dagblad.