Grote schoonmaakaanbestedingen blijven een belangrijke markt voor de schoonmaakbranche. Een opvallend voorbeeld is het CBR, dat de markt opgaat voor een omvangrijk pakket aan facilitaire dienstverlening. Het gaat daarbij niet alleen om reguliere schoonmaak, maar ook om glasbewassing, sanitaire voorzieningen en ongediertebestrijding. De geraamde maximale waarde bedraagt maar liefst 12 miljoen euro exclusief btw.
Voor kleinere en middelgrote schoonmaakbedrijven is vooral interessant hoe de opdrachtgever de aanbiedingen wil beoordelen. Niet de laagste prijs krijgt automatisch de overhand. Kwaliteit telt voor 70 procent mee en prijs voor 30 procent.
Dat is een ontwikkeling die goed aansluit bij een discussie die binnen de schoonmaakbranche al jaren wordt gevoerd. Schoonmaak is arbeidsintensief. Personeelskosten vormen verreweg de grootste kostenpost en bedrijven hebben tegelijkertijd te maken met stijgende lonen, ziekteverzuim, opleidingskosten en een steeds moeilijkere zoektocht naar medewerkers. Wanneer bij een aanbesteding vooral naar de laagste prijs wordt gekeken, blijft er weinig ruimte over om te investeren in medewerkers en kwaliteit.
Een verhouding van 70 procent kwaliteit en 30 procent prijs klinkt daarom aantrekkelijk. Het geeft schoonmaakbedrijven in theorie meer mogelijkheden om zich te onderscheiden met hun organisatie, personeelsbeleid, duurzaamheid, innovatie en de wijze waarop zij de dienstverlening uitvoeren.
Voor het mkb zit daar mogelijk een kans. Kleinere schoonmaakbedrijven kunnen niet altijd concurreren met de schaalgrootte van de grootste marktpartijen. Zij hebben echter vaak andere sterke punten. Korte lijnen, directe betrokkenheid van de ondernemer, vaste medewerkers op locaties en snel kunnen inspelen op wensen van een opdrachtgever kunnen juist bij een beoordeling op kwaliteit belangrijk worden.
Toch betekent een zwaarwegend kwaliteitscriterium niet automatisch dat het speelveld voor kleinere bedrijven gelijk wordt. Grote aanbestedingen kunnen door hun omvang, administratieve eisen en gevraagde referenties nog altijd lastig toegankelijk zijn voor mkb-bedrijven. Ook het schrijven van uitgebreide aanbestedingsdocumenten vraagt tijd en specialistische kennis.
Daar ligt een belangrijk aandachtspunt. Wanneer opdrachtgevers werkelijk meer kwaliteit willen inkopen, moet niet alleen worden gekeken naar de verhouding tussen kwaliteit en prijs. Ook de inrichting van de aanbesteding bepaalt welke bedrijven daadwerkelijk kunnen meedoen.
Het opdelen van grote opdrachten in percelen kan bijvoorbeeld mogelijkheden creëren voor gespecialiseerde of regionale schoonmaakbedrijven. Hetzelfde geldt voor proportionele eisen aan omzet, ervaring en referenties. Een schoonmaakbedrijf hoeft immers niet tot de grootste spelers van Nederland te behoren om uitstekende dienstverlening te kunnen leveren.
De aanbesteding van het CBR laat in ieder geval zien dat kwaliteit zwaar kan meewegen bij grote schoonmaakcontracten. Voor het mkb is dat een interessante ontwikkeling, maar uiteindelijk telt vooral hoe het begrip kwaliteit in de praktijk wordt beoordeeld.
Want wanneer kwaliteit daadwerkelijk betekent dat goed werkgeverschap, vakmanschap, continuïteit en dienstverlening zwaar worden gewaardeerd, kunnen kleinere schoonmaakondernemers hun kracht laten zien. Dan wordt aanbesteden niet uitsluitend een wedstrijd om omvang en prijs, maar ook om wie de opdrachtgever daadwerkelijk de beste schoonmaakdienstverlening kan bieden.
Tekst : Redactie SIEV Dagblad.