Kunstmatige intelligentie lijkt voor veel schoonmaakondernemers misschien nog iets voor grote technologiebedrijven en kantoren vol computers. Toch komt AI steeds dichter bij de dagelijkse praktijk van het schoonmaakbedrijf. Autonome machines, sensoren, slimme planningen en digitale werkinstructies veranderen stap voor stap de manier waarop schoonmaak wordt georganiseerd. Voor werkgevers biedt dat kansen, maar het vraagt ook om andere keuzes.
De belangrijkste ontwikkeling is dat schoonmaak steeds minder uitsluitend volgens een vast programma hoeft te worden uitgevoerd. Sensoren kunnen bijvoorbeeld inzicht geven in het daadwerkelijke gebruik van een gebouw. Een toiletgroep die nauwelijks is bezocht, hoeft misschien niet opnieuw volledig te worden schoongemaakt, terwijl een druk gebruikte ruimte juist extra aandacht nodig heeft.
Voor een werkgever betekent dit dat personeel gerichter kan worden ingezet. Dat is interessant in een branche waarin personeel schaars is en de loonkosten een groot deel van de totale kosten bepalen. Technologie kan helpen beschikbare uren efficiënter te benutten zonder dat dit automatisch ten koste hoeft te gaan van de kwaliteit.
Ook autonome schrobzuigmachines worden steeds zichtbaarder. Een machine die zelfstandig grote vloeroppervlakken behandelt, neemt repeterend werk over. De schoonmaker verdwijnt daardoor niet. Zijn of haar werkzaamheden veranderen. Terwijl de machine de vloer doet, kan de medewerker zich bezighouden met werkzaamheden waarvoor menselijk inzicht en handvaardigheid nodig zijn.
Daar ligt voor werkgevers misschien wel de grootste kans. AI en robotisering zouden niet in de eerste plaats moeten worden gezien als middelen om mensen weg te bezuinigen, maar als hulpmiddelen om met hetzelfde aantal medewerkers meer en beter werk te kunnen uitvoeren.
Dat kan ook gevolgen hebben voor de aantrekkelijkheid van het vak. Zwaar en repeterend werk kan gedeeltelijk worden overgenomen door machines. Zeker met een ouder wordend personeelsbestand is dat belangrijk. Technologie kan daarmee niet alleen de productiviteit verhogen, maar mogelijk ook bijdragen aan duurzame inzetbaarheid.
Tegelijkertijd kost innovatie geld. Een kleinere schoonmaakondernemer kan niet zomaar tienduizenden euro’s investeren zonder te weten of een machine daadwerkelijk rendement oplevert. De vraag moet daarom niet zijn welke nieuwe technologie beschikbaar is, maar welk probleem ermee wordt opgelost.
Daarbij verandert ook de rol van de leidinggevende. Een objectleider die vroeger vooral controleerde of alle ruimtes volgens het programma waren schoongemaakt, krijgt steeds meer informatie tot zijn beschikking. Data kunnen laten zien welke ruimtes intensief worden gebruikt, waar extra werkzaamheden nodig zijn en waar juist tijd kan worden bespaard.
Dat vraagt om nieuwe kennis. Medewerkers moeten leren omgaan met machines, apps en digitale instructies. Werkgevers zullen dus niet alleen in apparatuur, maar ook in mensen moeten investeren. Een robot aanschaffen zonder medewerkers goed mee te nemen in de verandering is geen innovatie.
Ook richting opdrachtgevers ontstaat een andere discussie. Wanneer schoonmaakbedrijven met data kunnen aantonen wat daadwerkelijk is schoongemaakt en hoe intensief een gebouw wordt gebruikt, verandert de traditionele relatie tussen uren en schoonmaakkwaliteit. Een opdrachtgever koopt dan steeds minder alleen een bepaald aantal schoonmaakuren en steeds meer een aantoonbaar resultaat.
Voor kleinere en middelgrote schoonmaakbedrijven kan dat juist mogelijkheden bieden. Zij hoeven niet iedere technologische ontwikkeling onmiddellijk te omarmen. Een praktische proef op één object kan al voldoende zijn om ervaring op te doen met sensoren, digitale planning of een autonome machine.
De komende jaren zal de schoonmaker dan ook niet uit het gebouw verdwijnen. Mensen blijven noodzakelijk voor werkzaamheden waarbij flexibiliteit, beoordeling, contact en onverwachte situaties een rol spelen. Maar de schoonmaker van de toekomst zal steeds vaker samenwerken met technologie.
Voor werkgevers ligt daar de uitdaging. Niet afwachten totdat AI door opdrachtgevers wordt opgelegd, maar zelf onderzoeken waar technologie het bedrijf sterker kan maken. Wie AI uitsluitend ziet als vervanging van personeel, kijkt waarschijnlijk te beperkt. De echte winst kan juist zitten in een combinatie van vakmanschap en technologie: minder onnodig werk, minder fysieke belasting, betere informatie en meer aandacht voor werkzaamheden waar de mens het verschil maakt.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.