De nieuwe cao voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche begint steeds nadrukkelijker merkbaar te worden op de werkvloer. Voor werkgevers betekent de cao niet alleen dat zij rekening moeten houden met toekomstige loonstijgingen. Ook de regels rond tijdelijke contracten en loondoorbetaling bij ziekte veranderen. Vooral voor kleinere schoonmaakbedrijven is het belangrijk om de personeelsadministratie daarop tijdig aan te passen.
Een belangrijke verandering betreft tijdelijke arbeidsovereenkomsten. Binnen de nieuwe afspraken kan een werknemer maximaal drie tijdelijke contracten krijgen binnen een periode van 21 maanden. Daarna ontstaat in beginsel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als de werknemer in dienst blijft.
Tijdelijke contracten
Voor werkgevers die gewend waren langer met tijdelijke contracten te werken, kan dat betekenen dat eerder een beslissing moet worden genomen over een vast dienstverband. Dat vraagt om een andere personeelsplanning. Zeker bij schoonmaakbedrijven die sterk afhankelijk zijn van tijdelijke opdrachten of contracten met opdrachtgevers kan dat lastig zijn.
Een schoonmaakbedrijf kan bijvoorbeeld een opdracht voor een beperkte periode binnenhalen, terwijl een medewerker op grond van de cao eerder in aanmerking komt voor een vast contract. Het risico van het personeelscontract ligt dan bij de werkgever, ook wanneer onzeker is of de schoonmaakopdracht wordt verlengd.
Ook bij ziekte verandert er het nodige. De hoogte van de loondoorbetaling wordt gekoppeld aan het aantal jaren dat een werknemer in de branche werkzaam is. Werknemers die minder dan twee jaar in de branche werken, ontvangen bij ziekte 85 procent van het loon. Bij een brancheverleden van twee tot zes jaar is dat 90 procent en vanaf zes jaar wordt het loon bij ziekte voor 100 procent doorbetaald. Daarbij blijven uiteraard de wettelijke minimumeisen gelden.
Registratie
Voor werkgevers betekent dit dat de duur van het brancheverleden van werknemers goed in de administratie moet zijn vastgelegd. Een foutieve registratie kan rechtstreeks gevolgen hebben voor de berekening van het loon tijdens ziekte. Juist voor kleinere schoonmaakbedrijven kan ziekte financieel zwaar wegen. Wanneer een medewerker uitvalt, moet niet alleen loon worden doorbetaald, maar moet vaak ook vervanging worden geregeld om de afspraken met de opdrachtgever na te komen. Daar komen verplichtingen rond verzuimbegeleiding en re-integratie nog bij.
De nieuwe cao maakt goed verzuimbeleid daardoor nog belangrijker. Voorkomen dat medewerkers langdurig uitvallen is niet alleen in het belang van de schoonmaker, maar heeft ook directe financiële betekenis voor de werkgever. Werkdruk, fysieke belasting, roosters, veiligheid en tijdige gesprekken bij gezondheidsklachten verdienen daarom structurele aandacht.
Loonstijgingen
Daarnaast komen er loonstijgingen aan. Per 1 januari 2027 stijgen de lonen met 3,1 procent en per 1 januari 2028 volgt nog eens 3 procent. Ondernemers zullen die hogere personeelskosten tijdig moeten meenemen in hun calculaties en gesprekken met opdrachtgevers.
Dat laatste is essentieel in een sector waarin personeelskosten het grootste deel van de kostprijs bepalen. Een contract dat nu voor langere tijd tegen een vaste prijs wordt afgesloten, kan volgend jaar aanzienlijk minder aantrekkelijk blijken wanneer cao-verhogingen onvoldoende in het tarief zijn verwerkt.
Aanpassen
De nieuwe cao vraagt daarmee meer dan het aanpassen van enkele percentages in de salarisadministratie. Kleinere werkgevers doen er verstandig aan hun tijdelijke contracten, branchejaren van werknemers, verzuimbeleid, kostprijzen en afspraken met opdrachtgevers opnieuw langs te lopen.
Praktijk
De komende maanden zal blijken hoe de afspraken in de dagelijkse praktijk uitpakken. Eén ding is inmiddels duidelijk: voor schoonmaakondernemers die hun administratie en calculaties niet tijdig aanpassen, kunnen de nieuwe cao-regels onverwacht financiële gevolgen krijgen.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.