De schoonmaakbranche staat aan de vooravond van een nieuwe kostenstijging. Vanaf 1 januari 2027 stijgen de basisuurlonen met 3,1 procent en begint loongroep 1 op €16 per uur. Tegelijkertijd wordt de reiskostenregeling aanzienlijk uitgebreid. Voor schoonmaakbedrijven betekent dit dat opnieuw kritisch naar de tarieven richting opdrachtgevers moet worden gekeken.
De stap naar €16 is opmerkelijk nieuws. Schoonmaak is arbeidsintensief werk en hogere lonen kunnen bijdragen aan het aantrekkelijker maken van de sector. Zeker in een periode waarin veel bedrijven moeite hebben voldoende personeel te vinden, is een concurrerend salaris belangrijk.
Voor werkgevers zit er echter een andere kant aan. Het uurloon dat een schoonmaker ontvangt, is namelijk maar een gedeelte van wat een gewerkt schoonmaakuur uiteindelijk kost. Boven op het brutoloon komen werkgeverslasten, vakantiegeld, vakantie- en verlofuren, pensioen, ziekteverzuim, opleidingen, werkkleding en andere personeelskosten.
Daarnaast heeft een schoonmaakbedrijf kosten die niet rechtstreeks aan één gewerkt uur kunnen worden gekoppeld. Denk aan leidinggevenden, administratie, planning, verzekeringen, schoonmaakmiddelen, machines, auto’s en huisvesting.
Daar komt vanaf 2027 een veel bredere reiskostenvergoeding bij. Alle werknemers krijgen dan recht op vergoeding van hun woon-werkverkeer. De vergoeding wordt gekoppeld aan het maximaal fiscaal onbelaste bedrag, waarbij in de cao wordt uitgegaan van maximaal €0,25 per kilometer. Naar schatting krijgen hierdoor ongeveer 85.000 schoonmakers een reiskostenvergoeding die daar eerder geen recht op hadden.
Dat kan voor werkgevers behoorlijk aantikken. Neem een medewerker die dagelijks twintig kilometer heen en twintig kilometer terug reist. Bij €0,25 per kilometer gaat het om €10 per werkdag. Bij twintig werkdagen is dat €200 per maand. Heeft een bedrijf tientallen werknemers met dergelijke reisafstanden, dan loopt de extra kostenpost snel in de duizenden euro’s.
Voor schoonmaakondernemers wordt het daarom steeds belangrijker om niet alleen naar de stijging van het kale uurloon te kijken. De werkelijke vraag is hoeveel de totale kostprijs van een productief schoonmaakuur in 2027 stijgt.
Een automatische rekensom waarbij het klanttarief simpelweg met 3,1 procent wordt verhoogd, kan daardoor te kort door de bocht zijn. De loonstijging bedraagt weliswaar 3,1 procent, maar een bedrijf dat door de nieuwe reiskostenregeling veel extra kosten krijgt, kan een hogere stijging van zijn totale personeelskosten ervaren.
Andersom betekent dat niet dat ieder schoonmaakbedrijf zijn tarieven met hetzelfde percentage moet verhogen. De gevolgen verschillen sterk per onderneming. Een bedrijf met medewerkers die voornamelijk dicht bij hun object wonen, krijgt met andere kosten te maken dan een onderneming waarvan werknemers dagelijks grote afstanden afleggen.
Ook het soort contract met de opdrachtgever speelt een rol. Bij langlopende contracten zijn afspraken over indexering essentieel. Wanneer tarieven voor langere tijd vaststaan terwijl cao-lonen, reiskosten en andere bedrijfskosten stijgen, kan de marge snel onder druk komen.
Juist daar zit voor veel kleinere schoonmaakbedrijven een risico. Een opdracht kan op papier een mooie omzet opleveren, maar uiteindelijk nauwelijks rendement hebben wanneer alle werkelijk gemaakte uren en kosten worden meegerekend.
De discussie met opdrachtgevers zal daarom steeds vaker niet alleen over de prijs van schoonmaak moeten gaan, maar ook over de opbouw ervan. Wie professionele schoonmaak wil inkopen, betaalt uiteindelijk voor arbeid die volgens de cao wordt beloond, voor reistijd en -kosten waar dat van toepassing is en voor een onderneming die voldoende marge nodig heeft om personeel, materiaal en organisatie te kunnen blijven financieren.
Daarbij komt dat de volgende loonstap alweer vaststaat. Per 1 januari 2028 worden de basisuurlonen opnieuw met 3 procent verhoogd.
Voor schoonmaakondernemers is het daarom verstandig om nu al per contract te rekenen. Wat kost een medewerker werkelijk? Hoeveel kilometer worden voor een object gereden? Wat kosten ziekte, verlof en vervanging? En hoeveel productieve uren kunnen daadwerkelijk aan de klant worden gefactureerd?
De stap naar €16 per uur is daarmee meer dan alleen een nieuwe regel op het loonstrookje. Het wordt ook een test voor de prijsstelling in de schoonmaakbranche. Een hoger loon voor de schoonmaker moet uiteindelijk ergens worden betaald. Als de kostprijs stijgt, zal een deel daarvan onvermijdelijk in het tarief richting de opdrachtgever terechtkomen.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.