Met groot onbegrip en stijgende verbazing heeft het bestuur van SIEV kennisgenomen van de uitleg van de FNV over het afwijzen van het CAO-akkoord in de schoonmaaksector. Voorzitter Paul Fok deelt namens het bestuur zijn visie op deze zorgelijke ontwikkeling.
Het contrast had bijna niet groter gekund. Nadat de onderhandelaars gezamenlijk het glas hieven op het bereiken van een onderhandelingsresultaat, toonde de hoofdonderhandelaar van de FNV zich al snel opvallend afhoudend over de afspraken waar hij zelf net zijn handtekening onder had gezet. Slechts enkele dagen later volgde het bericht dat het Schoonmaakparlement negatief zou adviseren aan de leden. Dit gebeurde per brief, zónder een dragende visie van de eigen onderhandelaars waarom zij dit resultaat aanvankelijk wel een handtekening waard vonden.
Hoewel onduidelijk is hoeveel FNV-leden feitelijk stemmen over een CAO voor ruim 120.000 medewerkers, werd de beslissingsmacht hiermee opnieuw bij een absolute minderheid neergelegd. De achterliggende gevolgen lijken daarbij nauwelijks te worden overzien. Het is pijnlijk om te zien hoe de dag vóór de afwijzing in de media nog breed werd uitgemeten hoe vooruitstrevend de schoonmaaksector is – bijvoorbeeld door het vastleggen van afspraken rondom menstruatieverlof. Een CAO die er, als het aan die weinige stemmende leden ligt, nu niet gaat komen.
De zogenaamde breekpunten
De FNV voert vier breekpunten op: geld, de korting bij ziekte, automatische prijscompensatie en afspraken in de hotelsector. Wat betreft de korting bij ziekte schroomde de hoofdonderhandelaar niet om in de media te beweren dat ‘werkgevers al 20 jaar zieke werknemers pesten’. Een onnodig kwetsende en volkomen misplaatste kwalificatie, die helaas symbool staat voor de huidige polarisatie in de samenleving: glimlachend samenwerken aan tafel, om de ander daarbuiten tot het bot te beledigen. We zien dit patroon de laatste tijd vaker in Nederland, niet in de laatste plaats in politiek Den Haag.
Bovendien is deze ziektekorting niet de werkelijke hoofdreden. De achterban die de bonden vertegenwoordigen, bestaat immers grotendeels uit medewerkers die hierdoor helemaal niet geraakt worden; de regeling geldt uitsluitend voor nieuwe instromers in hun eerste zes dienstjaren. Ook SIEV zet overigens vraagtekens bij deze regeling, maar om een heel andere reden dan de FNV. Waar de vakbond selectief de kaart van de ‘solidariteit’ trekt – een woord dat blijkbaar nog ergens in een lade lag – kijkt SIEV kritischer naar de korting voor de zittende groep in het tweede ziektejaar (die bij de afschaffing van het tweede ziektejaar van 100% naar 85% gaat). Wij zien juist liever dat instromers met rust worden gelaten.
Ook zaken als automatische prijscompensatie zijn in de Nederlandse markt niet gebruikelijk. In de concept-CAO is bovendien expliciet vastgelegd dat partijen elkaar tussentijds opzoeken bij extreme economische ontwikkelingen – iets wat werkgevers tijdens de recente inflatiecrisis overigens zeer netjes en uit eigen beweging hebben gedaan. Dit cruciale stukje nuance is de FNV in haar communicatie naar de leden voor het gemak blijkbaar vergeten.
De harde realiteit: geld
Wat feitelijk rest is ordinair geld. Een loonsverhoging van 6,1% in twee fasen (per 1 januari 2027 en 1 januari 2028) is in de huidige markt een uitstekend bod, maar steekt mager af bij de afgelopen ‘feestjaren’ voor de vakbonden, waarin werkgevers financieel maximaal tegen de muur zijn gezet. Wat men nu mist, is een tussentijds ‘cadeautje’ in het lopende jaar. Het is een bekende tactiek van vakbonden om de CAO midden in het jaar te laten heronderhandelen, zodat er in één onderhandelingsjaar minimaal twee verhogingen kunnen worden binnengehaald.
Dit brengt werkgeversorganisatie Schoonmakend Nederland echter in grote problemen. Zij kregen vanuit de achterban een duidelijke rode lijn mee: dit jaar geen tussentijdse verhogingen meer die moeten worden doorbelast aan opdrachtgevers, die de grens van hun budgetten inmiddels hebben bereikt. Een dringende oproep die ook het bestuur van SIEV vooraf nadrukkelijk heeft meegegeven. Wij hebben er herhaaldelijk voor gepleit de CAO-looptijd te verlengen en structureel naar het einde van het kalenderjaar te brengen. Dat zorgt voor overzichtelijke aanpassingen per 1 januari, zonder gratis tussentijdse verhogingen als beloning voor ‘goed onderhandelen’. Helaas bleek dit voor de onderhandelaars een brug te ver, waardoor we over twee jaar exact ditzelfde probleem gaan herhalen en werkgevers opnieuw in de val lopen.
Alles weer op de tocht
Als het aan de FNV ligt, moet er nu opnieuw worden onderhandeld. Daarmee worden ook reeds bereikte, vernieuwende afspraken weer vloeibaar. Zaken zoals de volledige reiskostenvergoeding (waar SIEV overigens nooit tegen is geweest) of de mallotige loyaliteitsbonus na 20 jaar dienstverband – een bonus die voor een vandaag startende schoonmaker echt geen tastbaar toekomstperspectief biedt – liggen dan weer op de onderhandelingstafel. Hetzelfde geldt voor de (kostbare) opleiding van kaderleden tot ergo-coach (laat dat over aan echte professionals) en de ondersteuning van het sympathieke CNV-programma Harrie Helpt. De jaren van dubbelop incasseren voor de vakbonden zijn in de schoonmaaksector echt voorbij. Zelfs als men dat zelf nog niet wil inzien.
SIEV betreurt het ten zeerste dat een groot aantal vernieuwende afspraken, die direct en indirect financieel en op het gebied van ontwikkeling en gezondheid bijdragen aan het welzijn van de medewerkers, op deze wijze in de prullenbak dreigt te belanden. De draagwijdte van deze uitstekende nieuwe CAO is door de FNV-achterban vermoedelijk niet goed ingeschat. Dat is hun goed recht, maar de vraag is of het totale pakket wel objectief en transparant aan hen is voorgelegd.
Hoe nu verder?
De huidige CAO loopt op 30 juni af en is daarna niet meer Algemeen Verbindend (AVV) voor de ruim 3.000 schoonmaakbedrijven in Nederland, waaronder de 240 SIEV-bedrijven. De tijd om de onderhandelingen volledig over te doen is extreem kort. Tenzij Schoonmakend Nederland eieren voor haar geld kiest en de korte weg naar buiten neemt door in 2026 alsnog een paar procent extra weg te geven, of dit uitstelt naar januari 2027 in ruil voor het intrekken van de ziektekorting en een looptijdverlenging van een half jaar. Dat zou een simpele oplossing zijn, maar wel eentje die door de achterban van de branchevereniging en alle overige schoonmaakondernemers met grote irritatie zal worden bekeken.
Mocht Schoonmakend Nederland deze keer wel voet bij stuk houden, dan staan we voor een prachtige impasse. Een tijdelijke CAO met het CNV behoort tot de mogelijkheden, maar hoe moet het dan verder met gezamenlijke organen zoals de RAS, het pensioenfonds en de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd? En hoe krijg je de FNV naderhand weer aan boord?
Omdat SIEV ook deze ronde niet mocht deelnemen aan de onderhandelingen, rest ons weinig meer dan dit schouwspel vanaf de zijlijn gade te slaan – soms meewarig schuddend, soms gniffelend. De Nederlandse polder, ooit een bolwerk van consensus, lijkt hiermee definitief te zijn gevallen. Het meest wrange is dat de uiteindelijke rekening straks wél weer direct bij onze ondernemers wordt neergelegd. En dat maakt deze situatie niet alleen onnodig, maar bovenal buitengewoon ergerlijk.
Kortom: de FNV weet een uitstekend akkoord met veel menselijke vooruitzichten om zeep te helpen voor een procent of wat extra geld. Door de boel zonder breder inzicht op te blazen, gedraagt de vakbond zich paradoxaal genoeg uitsluitend geldgericht. En dat terwijl zij het zijn die ondernemers er altijd van beschuldigen alleen naar de cijfers te kijken.
Tekst: Paul Fok, voorzitter SIEV.