Het respect voor ondernemers uit de schoonmaakbranche wordt in de loop der maanden van dit jaar steeds groter. Binnen het mkb krijgt een schoonmaakbedrijf nogal eens de rekening op meerdere fronten
De discussie in de branche gaat bijvoorbeeld vooral over de loondoorbetaling bij ziekte. Voor kleinere schoonmaakondernemers speelt echter nog een andere vraag: hoe kunnen zij de hogere arbeidskosten verwerken zonder dat hun toch al beperkte marges verder onder druk komen te staan?
De nieuwe cao voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche loopt van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028. De lonen stijgen met 3,1 procent per 1 januari 2027 en nog eens 3 procent per 1 januari 2028. Daarnaast wordt vanaf 1 januari 2027 de reiskostenvergoeding fors verbeterd. Werknemers krijgen voor het volledige woon-werkverkeer het dan geldende maximale fiscaal onbelaste bedrag per kilometer. Dit laatste meldde de CNV.
Voor werknemers zijn dat belangrijke verbeteringen. Voor werkgevers betekenen ze tegelijkertijd een structurele stijging van de personeelskosten. Dat raakt de hele branche, maar kan voor kleinere schoonmaakbedrijven relatief zwaar wegen.
Reiskosten moeten worden doorberekend
“Dat de financiële gevolgen worden onderkend, blijkt uit de ingangsdatum van de nieuwe reiskostenregeling. Deze gaat pas op 1 januari 2027 in, zodat schoonmaakbedrijven tijd krijgen om de hogere kosten door te berekenen aan opdrachtgevers”, aldus de CNV.
En juist daar ligt voor het mkb een belangrijk knelpunt. Veel schoonmaakcontracten zijn voor langere tijd afgesloten. Een cao-verhoging kan dan wel vaststaan, maar daarmee is nog niet automatisch geregeld dat een opdrachtgever bereid is het volledige kostenverschil te betalen. Een ondernemer moet opnieuw om tafel, indexatiebepalingen bekijken en soms onderhandelen over een tariefsverhoging.
Bij een groot schoonmaakbedrijf kunnen tegenvallers over veel contracten worden verdeeld. Een kleiner bedrijf met enkele grote opdrachtgevers heeft daarvoor minder ruimte. Wanneer één belangrijke klant een noodzakelijke tariefsverhoging niet volledig accepteert, kan dat direct doorwerken in het bedrijfsresultaat.
Ziektegeld zorgt voor verdeeldheid
Het meest omstreden onderdeel van het cao-resultaat is de loondoorbetaling bij ziekte. Voor medewerkers die nog niet lang in dienst zijn, wordt de doorbetaling aangepast. CNV erkende bij de presentatie van het resultaat dat de nieuwe regeling voor een deel van de werknemers een verslechtering betekent. Ook onder CNV-leden bestonden hierover zorgen, hoewel uiteindelijk 81 procent voor het totale cao-resultaat stemde. De FNV-achterban wees het resultaat af.
Achter die discussie zit ook een werkgeversprobleem. Ziekteverzuim is kostbaar en voor een klein schoonmaakbedrijf kan langdurige uitval van enkele medewerkers een forse organisatorische en financiële impact hebben.
Een onderneming met twintig medewerkers die twee langdurig zieken heeft, mist direct tien procent van zijn personeelsbestand. Het werk bij de opdrachtgever moet ondertussen wel doorgaan. Collega’s moeten extra uren maken, er moet vervanging worden gevonden of de ondernemer moet zelf bijspringen. Daar komen de kosten van verzuimbegeleiding, planning en vervanging nog bij.
Personeel behouden wordt belangrijker
Tegelijkertijd kunnen kleinere werkgevers niet uitsluitend naar de kosten kijken. De schoonmaakbranche heeft medewerkers hard nodig. Arbeidsvoorwaarden spelen daarom ook een rol bij het aantrekken en behouden van personeel.
Een betere reiskostenvergoeding kan daarbij juist gunstig uitpakken. Voor schoonmakers die dagelijks naar verschillende locaties reizen, vormen vervoerskosten een belangrijk onderdeel van hun daadwerkelijke besteedbare inkomen. CNV noemt de verbetering van de reiskostenvergoeding dan ook een van de belangrijkste onderdelen van het akkoord.
Voor ondernemers ontstaat daarmee een lastig evenwicht: personeel moet goed worden beloond en behouden, terwijl opdrachtgevers tegelijkertijd kritisch blijven kijken naar de prijs van schoonmaak.
Niet alleen naar uurtarief kijken
De nieuwe cao maakt daarom opnieuw duidelijk hoe belangrijk het voor schoonmaakbedrijven is om precies te weten hoe hun kostprijs is opgebouwd.
Een procentuele loonstijging vertaalt zich immers niet simpelweg in hetzelfde percentage waarmee een opdrachtgeverstarief omhoog moet. Ook werkgeverslasten en andere personeelsgerelateerde kosten spelen mee. Daarnaast veranderen de reiskosten en kunnen andere cao-afspraken gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering.
Vooral voor mkb-bedrijven wordt een transparante kostprijsberekening daarmee steeds belangrijker. Wie richting een opdrachtgever alleen meldt dat “de cao duurder wordt”, staat zwakker dan een ondernemer die precies kan laten zien welke kosten daadwerkelijk veranderen.
Cao-discussie raakt relatie met opdrachtgever
Daarmee komt ook de opdrachtgever nadrukkelijker in beeld. De schoonmaakbranche kan stijgende loonkosten uiteindelijk niet onbeperkt zelf absorberen.
Wanneer opdrachtgevers hogere tarieven weigeren terwijl de kosten structureel stijgen, blijven voor een ondernemer weinig mogelijkheden over. De marge daalt, er moet efficiënter worden gewerkt of er ontstaat druk op het aantal beschikbare uren binnen een contract.
Dat laatste is uiteindelijk ook voor opdrachtgevers een risico. Wanneer een contract financieel steeds moeilijker uitvoerbaar wordt, kan dat gevolgen hebben voor continuïteit, dienstverlening en kwaliteit.
Mkb heeft behoefte aan voorspelbaarheid
Voor kleinere schoonmaakondernemers is daarom vooral voorspelbaarheid van belang. Meerjarige contracten met duidelijke indexatieafspraken kunnen voorkomen dat bij iedere cao-wijziging opnieuw een discussie ontstaat over tarieven.
Ook een goede spreiding van opdrachtgevers wordt belangrijker. Wie voor een groot deel van zijn omzet afhankelijk is van één of twee klanten, is kwetsbaarder wanneer die opdrachtgevers niet meegaan in noodzakelijke prijsaanpassingen.
De nieuwe cao bevat tegelijkertijd volgens de CNV afspraken die werknemers meer perspectief moeten bieden. Naast de loonstijging en reiskostenvergoeding zijn onder meer afspraken gemaakt over sneller een vast contract, scholing, begeleiding van nieuwe werknemers en het generatiepact.
Marges blijven centraal staan
Daarmee komt voor het mkb uiteindelijk alles samen in één vraag: wat blijft er onder de streep over?
Schoonmaak is een arbeidsintensieve dienstverlening. Wanneer lonen, reiskosten en andere personeelskosten stijgen, moet een belangrijk deel daarvan uiteindelijk terugkomen in de tarieven. Ondernemers die prijsstijgingen uit angst voor het verliezen van klanten niet of onvoldoende doorvoeren, kunnen hun eigen continuïteit onder druk zetten.
De cao-onrust gaat daarom over meer dan de discussie tussen werkgevers en vakbonden. Voor kleinere schoonmaakbedrijven gaat het over de dagelijkse werkelijkheid van roosters rond krijgen, medewerkers behouden, ziekte opvangen, klanten tevreden houden en tegelijkertijd voldoende marge overhouden om gezond te kunnen ondernemen.
Juist daar ligt de komende periode een belangrijke opdracht voor het mkb in de schoonmaak: niet alleen praten over hogere tarieven, maar opdrachtgevers inzichtelijk maken waarom professioneel schoonmaakwerk structureel een reële prijs moet hebben.
Tekst: Redactie SIEV- Dagblad