De voorbereidingen voor het nieuwe cao-onderhandelingsproces zijn begonnen. Begin maart gaat Schoonmakend Nederland in gesprek met de vakbonden CNV Vakmensen en FNV over een nieuwe cao voor de schoonmaak. Dit meldt het Schoonmaak Journaal.
Het is volgens veel insiders uit de schoonmaakbranche bijzonder vreemd dat het bestuur van SIEV geen afvaardiging mag sturen. De branchevereniging heeft inmiddels honderden leden en herbergt veel expertise als het gaat om de CAo-onderhandelingen.
Onderzoeksjournalist Bart Bakker, betrokken bij de redactie van SIEV-Dagblad, schrijft er een opinieartikel over.
De schoonmaaksector staat op een kruispunt. Terwijl de inflatie de pan uit rijst en de arbeidsmarkt krapper is dan ooit, worden de belangrijkste afspraken over de toekomst van de branche nog steeds in een achterkamertje gemaakt door een select gezelschap. Dat SIEV (Schoonmaken Is Een Vak) nog steeds geen zetel heeft bij de cao-onderhandelingen, is niet alleen vreemd, het is een kwalijke zaak voor het gezonde ondernemersklimaat in Nederland.
In de Nederlandse poldertraditie draait alles om representatie. Wie de meeste werknemers vertegenwoordigt, mag de regels bepalen. Op papier klinkt dat logisch, maar in de praktijk van de schoonmaakbranche zorgt dit voor een scheefgroei die onhoudbaar wordt. Schoonmakend Nederland (de club van de grote corporaties) en de vakbonden bepalen de koers, terwijl de honderden mkb-bedrijven van SIEV de rekening gepresenteerd krijgen.
De Mkb-er als ‘sluitpost’
Voor een multinational met duizenden werknemers is een loonsverhoging van enkele procenten vaak een kwestie van spreadsheet-management en het doorberekenen in enorme aanbestedingen. Voor de lokale schoonmaakondernemer met twintig man personeel is dit echter een directe aanval op de liquiditeit.
SIEV-leden zijn vaak ondernemers die hun personeel bij naam kennen, die zelf de dweil nog weleens oppakken als de nood aan de man is. Zij hebben behoefte aan een cao die niet alleen kijkt naar kwantiteit, maar naar de werkbaarheid op de werkvloer. Door SIEV buiten te sluiten, negeer je de stem van de groep die juist zorgt voor de broodnodige diversiteit en persoonlijke aanpak in de sector.
De schijn van exclusiviteit
Het officiële argument is vaak dat SIEV “niet representatief genoeg” zou zijn volgens de letter van de wet. Maar laten we eerlijk zijn: representativiteit gaat verder dan alleen het tellen van koppen. Het gaat om het vertegenwoordigen van een visie.
De weigering om SIEV toe te laten riekt naar protectionisme. De gevestigde orde lijkt de macht graag onderling te verdelen, waarbij innovatieve ideeën over flexibilisering en vakmanschap vanuit het mkb als ‘lastig’ worden ervaren.
Waarom inspraak nu cruciaal is
De schoonmaakbranche kampt met enorme uitdagingen:
- Druk op marges: De kosten voor materiaal en energie stijgen, terwijl de contracten vaak vastliggen.
- Ziekteverzuim: In het mkb komt een zieke werknemer veel harder aan; hier zijn andere afspraken voor nodig dan in de grote kantoorkolossen.
- Vakkwaliteit: SIEV hamert op kwaliteit in plaats van op de laagste prijs per vierkante meter.
Conclusie: Zet de deur open
Het is tijd dat de overheid en de zittende cao-partijen erkennen dat de schoonmaakwereld groter is dan de grote drie. Het uitsluiten van SIEV is een diskwalificatie van het mkb-ondernemerschap. Een tafel met meer stoelen is misschien wat onrustiger, maar leidt uiteindelijk tot een cao die breed gedragen wordt en recht doet aan iedereen die de sector een warm hart toedraagt.
De polder is van ons allemaal, niet alleen van de partijen met de grootste marketingbudgetten. Geef SIEV die zetel. Het is de enige manier om de sector eerlijk en gezond te houden.
Bron: Redactie SIEV- Dagblad.