De lonen in Nederland blijven stevig stijgen. In het derde kwartaal van 2026 lagen de cao-lonen gemiddeld 4 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Bij particuliere bedrijven, waar ook veel schoonmaakondernemingen onder vallen, bedroeg de gemiddelde stijging zelfs 4,1 procent.
Voor schoonmaakbedrijven zijn dergelijke cijfers extra relevant. Personeelskosten vormen immers veruit een van de grootste kostenposten binnen de bedrijfsvoering. Hogere lonen werken daardoor vrijwel rechtstreeks door in de kostprijs van schoonmaakdiensten.
Hoewel de lonen nog altijd behoorlijk stijgen, neemt het tempo inmiddels wel af. In het derde kwartaal van vorig jaar bedroeg de gemiddelde cao-loonstijging nog 4,6 procent. In het derde kwartaal van 2024 werd zelfs een stijging van 6,8 procent gemeten.
Dat betekent echter niet dat de financiƫle druk voor werkgevers verdwenen is. Naast het reguliere salaris hebben schoonmaakondernemers te maken met werkgeverslasten, vakantiegeld, pensioenpremies, ziekteverzuim, opleidingen, reiskosten en andere personeelsgebonden uitgaven.
Vooral kleinere en middelgrote schoonmaakbedrijven kunnen daardoor voor een lastige afweging komen te staan. Wanneer personeelskosten stijgen, moeten die uiteindelijk ergens worden terugverdiend. Kostenstijgingen volledig binnen de eigen marge opvangen is op langere termijn voor veel bedrijven nauwelijks mogelijk.
Dat maakt ook het gesprek met opdrachtgevers steeds belangrijker. Schoonmaakcontracten worden regelmatig voor langere perioden afgesloten, terwijl de kosten gedurende de looptijd veranderen. Een tarief dat bij het afsluiten van een overeenkomst nog verantwoord was, kan enkele jaren later onvoldoende blijken om dezelfde dienstverlening rendabel uit te voeren.
Tegelijkertijd zullen opdrachtgevers kritisch blijven kijken naar prijsverhogingen. Schoonmaakbedrijven moeten daarom steeds beter kunnen uitleggen waar een tariefaanpassing vandaan komt en welk deel daarvan wordt veroorzaakt door hogere arbeidskosten.
Opvallend is dat werknemers ondanks de stijgende prijzen gemiddeld nog enige koopkrachtwinst boeken. Gecorrigeerd voor inflatie lagen de cao-lonen in het derde kwartaal ongeveer 0,8 procent hoger dan een jaar eerder.
Voor de schoonmaakbranche blijft de ontwikkeling van de loonkosten daarmee een belangrijk aandachtspunt. Niet alleen bij cao-onderhandelingen, maar ook bij aanbestedingen en nieuwe contracten. Wie voor meerdere jaren een prijs afgeeft zonder voldoende rekening te houden met toekomstige personeelskosten, kan daar later financieel behoorlijk last van krijgen.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.