Een dodelijke schietpartij in Rotterdam krijgt mogelijk een opmerkelijke link met de schoonmaakbranche. Drie mannen die zijn aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij het schietincident aan de Evenaar, zouden volgens berichtgeving van De Telegraaf collega’s zijn geweest bij een schoonmaakbedrijf uit Barendrecht. Ook het 36-jarige slachtoffer zou bij dezelfde onderneming hebben gewerkt.
De schietpartij vond maandagavond rond 20.00 uur plaats in de Rotterdamse wijk Oosterflank. Het slachtoffer, een 36-jarige man uit Dordrecht, werd levenloos aangetroffen achter het stuur van een witte Peugeot 208. De man bleek door kogels om het leven te zijn gekomen.
Volgens de politie zaten vermoedelijk vier personen in de auto toen het schieten begon. Naast het dodelijke slachtoffer werd een andere inzittende geraakt. Deze persoon raakte gewond en moest met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht. Twee andere inzittenden wisten de schietpartij zonder verwondingen te overleven. Kort na het incident troffen agenten verderop aan de Evenaar twee mannen aan, van wie één zwaargewond was. Ook hij werd met spoed naar het ziekenhuis vervoerd.
De politie heeft inmiddels drie verdachten aangehouden. Het gaat om een 60-jarige Rotterdammer en twee mannen van 19 en 35 jaar zonder vaste woon- of verblijfplaats. Zij worden verdacht van moord of doodslag, dan wel van betrokkenheid daarbij.
Opvallend is de mogelijke zakelijke relatie tussen de betrokkenen. Volgens bronnen van De Telegraaf zouden de verdachten en het slachtoffer verbonden zijn aan hetzelfde schoonmaakbedrijf in Barendrecht. Het bedrijf heeft tegenover de krant geen commentaar gegeven zolang het politieonderzoek loopt.
De politie heeft niet bevestigd dat de betrokken mannen daadwerkelijk collega’s waren. Ook is nog niet duidelijk of de schietpartij verband houdt met hun eventuele werkzaamheden in de schoonmaakbranche.
Buurtbewoners zagen maandagavond hoe rechercheurs en forensische onderzoekers uitgebreid onderzoek deden bij de beschoten auto. Daarbij werden onder meer sporen veiliggesteld en voorwerpen uit het voertuig gehaald.
De politie onderzoekt nog wat zich precies in de auto heeft afgespeeld. Ook is onduidelijk of de Peugeot tijdens het schietincident reed of stilstond. De auto werd aangetroffen op een plek waar normaal gesproken niet geparkeerd mag worden. Voor de schoonmaakbranche is vooral de mogelijke arbeidsrelatie tussen het slachtoffer en de verdachten opmerkelijk. Mocht blijken dat zij inderdaad bij dezelfde onderneming werkzaam waren, dan roept dat vragen op over de achtergrond van het conflict en de omstandigheden waaronder het geweld ontstond.
Vooralsnog is er echter geen bewijs naar buiten gebracht dat het schietincident een zakelijke aanleiding had. De politie zet het onderzoek naar de toedracht voort.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.