Publicatiedatum: 6 mei 2026
Op een Nederlands cruiseschip zijn meerdere mensen ziek geworden en overleden, mogelijk door besmetting met het Hantavirus. Het gaat om de Andesvariant die vooral in Zuid-Amerika voorkomt. Dat roept vragen op: wat is dit virus precies, hoe raakt u besmet en hoe groot is het risico? Max Vandaag heeft er een interessant artikel over.
Wat is het Hantavirus?
Het Hantavirus is geen virus op zich, maar een verzamelnaam voor een groep virussen die vooral voorkomen bij knaagdieren, zoals muizen en ratten. Mensen kunnen besmet raken wanneer ze in contact komen met urine, ontlasting of speeksel van besmette dieren, bijvoorbeeld door het inademen van stof waarin deze resten zitten. Denk aan het schoonmaken van een schuur, zolder of tuinhuisje waar muizen hebben gezeten. Hoewel het virus wereldwijd voorkomt, verloopt een infectie van de soorten die in Nederland bekend zijn en in veel andere delen van Europa, meestal mild. In andere werelddelen kunnen bepaalde varianten vaak wel ernstige ziekte veroorzaken.
1 groep, veel verschillende virussen
Het hantavirus is niet 1 virus. Er bestaan tientallen verschillende hantavirussen, waarvan een deel mensen ziek kan maken. Die virussen worden vaak ingedeeld op basis van waar ze voorkomen. Sommige typen komen vooral voor in Europa en Azië, terwijl andere juist voorkomen in Noord- en Zuid-Amerika.
Bekende Hantavirussen zijn:
- het Puumalavirus: wordt verspreid door de rosse woelmuis en komt vooral voor in Europa.
- het Seoulvirus: wordt verspreid door ratten en komt wereldwijd voor.
- het Dobrava-virus: wordt verspreid door de geelhalsmuis en komt vooral voor in Zuidoost‑Europa.
- het Sin Nombre-virus: wordt verspreid door hertmuizen en komt voor in Noord-Amerika.
- het Andesvirus: wordt verspreid door bepaalde ratachtige knaagdieren en komt voor in Zuid-Amerika.
- het Tulavirus: komt voor in Europa en wordt verspreid door veldmuizen.
Hoe raak je besmet?
Mensen krijgen het virus vrijwel altijd via knaagdieren. De belangrijkste besmettingsroute is het inademen van virusdeeltjes uit opgedroogde urine, keutels of speeksel, bijvoorbeeld bij het schoonmaken van een schuur of zolder waar muizen hebben gezeten. Direct contact, zoals een beet van een besmet dier, komt minder vaak voor, maar is wel mogelijk.
De meeste hantavirussen worden niet van mens op mens overgedragen. Alleen bij sommige varianten uit Zuid-Amerika, zoals het Andesvirus, is dat volgens het RIVM weleens voorgekomen. Als dat voorkomt, gaat het meestal om nauw en langdurig contact, bijvoorbeeld binnen een huishouden of tussen partners. Besmetting kan dan plaatsvinden via vocht uit de luchtwegen, zoals bij hoesten of niezen, of via lichaamsvloeistoffen. Zulke omstandigheden kunnen op een schip sneller ontstaan doordat mensen dicht op elkaar verblijven.
Wat zijn de klachten wanneer je besmet bent?
Van de hantavirussen die in Nederland voorkomen (Puumalavirus, Seoulvirus en Tulavirus), wordt het merendeel van de mensen niet ziek. In ongeveer 9 van de 10 gevallen blijven klachten zelfs helemaal uit. Wie wel ziek wordt, krijgt vaak verschijnselen die lijken op griep. Hoe ernstig die zijn, verschilt per virusvariant en per persoon. De meeste besmettingen in Nederland worden veroorzaakt door het Puumalavirus. Ook hiervan merkt een groot deel van de mensen weinig of niets. Als er wel klachten optreden, blijven die meestal beperkt tot milde verschijnselen, zoals spierpijn, hoofdpijn, koorts en misselijkheid.
In hele kleine gevallen kunnen de klachten erger worden. Dan kunnen bijvoorbeeld de nieren of lever tijdelijk ontstoken raken. Dit kan leiden tot hogere koorts, overgeven, pijn in de buik of in de zij en soms tijdelijk slechter zien.
Hoe zit het met de situatie op het Nederlandse cruiseschip?
Hoewel het hantavirus normaal gesproken dus niet van mens op mens wordt overgedragen, zijn er uitzonderingen. Dat heeft te maken met de virusvariant én de omstandigheden.
Op het cruiseschip gaat het om de Andesvariant, een type dat in Zuid-Amerika voorkomt. Deze variant kan in zeldzame gevallen wel tussen mensen worden overgedragen, maar alleen bij zeer nauw en langdurig contact. Daarnaast speelt de omgeving een belangrijke rol. Op een schip verblijven mensen langere tijd dicht bij elkaar, vaak in kleine ruimtes. Denk aan gedeelde hutten of partners die intensief contact hebben. Als iemand besmet is en klachten krijgt, zoals hoesten, kunnen virusdeeltjes zich in die setting makkelijker verspreiden.
Ook de incubatietijd maakt het lastiger te herkennen. Mensen kunnen al besmet zijn geraakt voordat ze aan boord gingen, zonder dat ze op dat moment klachten hadden. Daardoor kan het virus ongemerkt mee op reis gaan en pas later tot ziekte leiden. Toch benadrukken experts dat ook bij deze variant overdracht tussen mensen zeldzaam blijft.
(Bron: RIVM, eenvandaag.nl, who.int, Wikipedia, nu.nl)
Bron: Max Vandaag.