Een dodelijk arbeidsongeval tijdens het reinigen van zonnepanelen heeft grote gevolgen gekregen voor zowel een schoonmaakbedrijf als de directeur. De Rechtbank Overijssel heeft het bedrijf veroordeeld tot een geldboete van 40.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk. De directeur kreeg persoonlijk een taakstraf van 200 uur opgelegd, waarvan 60 uur voorwaardelijk. Voor beide geldt een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak is voor werkgevers in de schoonmaakbranche een indringende waarschuwing. Veilig werken is niet uitsluitend een verantwoordelijkheid van de medewerker die het werk uitvoert. Van werkgevers wordt verwacht dat zij vooraf de risico’s in kaart brengen, passende veiligheidsmaatregelen nemen en daadwerkelijk controleren of werknemers veilig kunnen en blijven werken.
Juist bij specialistische schoonmaakwerkzaamheden kunnen de risico’s aanzienlijk zijn. Het reinigen van zonnepanelen vindt regelmatig plaats op daken of andere locaties waar sprake is van valgevaar. Een verkeerde inschatting of onvoldoende bescherming kan dan verstrekkende gevolgen hebben.
De veroordeling laat bovendien zien dat bij een ernstig arbeidsongeval niet alleen het bedrijf aansprakelijk kan worden gehouden. Ook een directeur of leidinggevende kan persoonlijk strafrechtelijk worden aangesproken wanneer de veiligheid onvoldoende is gewaarborgd. In deze zaak heeft dat geleid tot een forse taakstraf voor de directeur.
Voor schoonmaakondernemers is het daarom belangrijk om niet alleen te beschikken over een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E), maar ook per opdracht kritisch te beoordelen welke specifieke gevaren aanwezig zijn. Bij werkzaamheden op hoogte gaat het bijvoorbeeld om de vraag of valbeveiliging noodzakelijk is, welke arbeidsmiddelen worden gebruikt, of medewerkers daarvoor voldoende zijn opgeleid en wie toezicht houdt op de uitvoering.
Alleen instructies geven is daarbij niet altijd voldoende. Een werkgever moet kunnen aantonen dat veiligheidsmaatregelen in de praktijk worden toegepast. Dat betekent ook dat medewerkers moeten weten dat zij werkzaamheden moeten stoppen wanneer een situatie niet veilig is.
Voor opdrachtgevers en onderaannemers is de zaak eveneens relevant. In de schoonmaakbranche wordt veel gewerkt op locaties van derden en met verschillende partijen binnen één opdracht. Juist dan moet vooraf duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor welke veiligheidsmaatregelen. Afspraken daarover alleen op papier zetten biedt onvoldoende bescherming wanneer op de werkvloer niet wordt gecontroleerd of veilig wordt gewerkt.
Naast het menselijke drama van een dodelijk ongeval kunnen de gevolgen voor een schoonmaakbedrijf enorm zijn. Denk aan onderzoek door de Nederlandse Arbeidsinspectie, een strafrechtelijke procedure, financiële schade en reputatieschade. Zoals deze uitspraak duidelijk maakt, kunnen daar ook persoonlijke consequenties voor de ondernemer of directeur bij komen.
Voor werkgevers in de schoonmaak is de belangrijkste les dan ook om veiligheid niet als administratieve verplichting te behandelen. Zeker bij werkzaamheden op hoogte moet vóór aanvang van iedere opdracht duidelijk zijn welke risico’s bestaan, welke maatregelen nodig zijn en of het werk onder de gegeven omstandigheden verantwoord kan worden uitgevoerd.
Een schoonmaakopdracht kan worden uitgesteld of geweigerd. Een ernstig of dodelijk arbeidsongeval kan niet meer worden teruggedraaid.
Tekst SIEV Dagblad.