Een groep schoonmakers legt vandaag, dinsdag 8 september, het werk neer en demonstreert in Den Haag. De actie wordt georganiseerd door FNV Schoonmaak, dat zich blijft verzetten tegen onderdelen van de nieuwe cao voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche. Onder de actievoerders bevinden zich volgens de vakbond ook ongeveer 150 schoonmakers van de Rijksschoonmaakorganisatie.
De actie is opvallend omdat er inmiddels een nieuwe cao ligt. Schoonmakend Nederland en CNV hebben overeenstemming bereikt over een cao die loopt van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028. FNV heeft de cao niet ondertekend en blijft actievoeren.
Voor werkgevers roept een staking praktische vragen op. Een werknemer heeft het recht om deel te nemen aan een rechtmatige collectieve actie. Een werkgever kan een werknemer niet zomaar ontslaan of straffen vanwege deelname aan een staking. Daar staat tegenover dat over de uren waarin vanwege de staking niet wordt gewerkt in beginsel geen loon hoeft te worden betaald.
Voor schoonmaakondernemers is vooral de continuïteit richting opdrachtgevers belangrijk. Wanneer meerdere medewerkers op hetzelfde object het werk neerleggen, kan het bedrijf mogelijk niet alle afgesproken werkzaamheden uitvoeren. Dat vraagt om goede en tijdige communicatie met de opdrachtgever. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat werknemers onder druk worden gezet om van deelname aan een staking af te zien.
Juist voor kleinere schoonmaakbedrijven kan een werkonderbreking snel gevolgen hebben. Grote ondernemingen beschikken doorgaans over meer mogelijkheden om de personeelsplanning aan te passen. Bij een klein of middelgroot schoonmaakbedrijf kan het uitvallen van enkele medewerkers al direct merkbaar zijn bij klanten.
Centraal in het huidige conflict staat onder meer de loondoorbetaling bij ziekte. In de nieuwe cao is deze gekoppeld aan het aantal dienstjaren. Werknemers die korter dan twee jaar in dienst zijn, ontvangen bij ziekte 85 procent van het dagloon. Bij een dienstverband van twee tot zes jaar gaat het om 90 procent en werknemers die langer dan zes jaar in dienst zijn, ontvangen 100 procent. Daarbij gelden uitzonderingen, waaronder ziekte als gevolg van een bedrijfsongeval of zwangerschap.
FNV verzet zich tegen deze regeling en wil aanvullende afspraken om te voorkomen dat schoonmakers bij ziekte met een lager inkomen worden geconfronteerd. Daarnaast pleit de bond voor automatische prijscompensatie en zijn er wensen rond de toeslagen voor hotelschoonmakers.
Voor werkgevers ontstaat daarmee een bijzondere situatie. Er ligt een nieuwe cao waarmee zij in hun bedrijfsvoering rekening moeten houden, terwijl een deel van de werknemers via FNV actie blijft voeren tegen onderdelen van diezelfde cao.
Voor schoonmaakondernemers is het daarom verstandig om niet alleen naar de juridische kant van een staking te kijken. Goede communicatie met medewerkers kan veel onduidelijkheid voorkomen. Leg uit welke cao-afspraken gelden, luister naar zorgen en zorg ervoor dat leidinggevenden weten hoe zij moeten handelen wanneer werknemers aangeven aan een actie te willen deelnemen.
Ook richting opdrachtgevers is transparantie belangrijk. Wanneer een staking gevolgen heeft voor de dienstverlening, is het beter daar vooraf duidelijk over te communiceren dan een klant achteraf met niet-uitgevoerde werkzaamheden te confronteren.
De acties van vandaag laten zien dat met het afsluiten van de nieuwe cao de discussie in de schoonmaakbranche nog niet voorbij is. Voor met name kleinere werkgevers betekent dit dat zij de komende periode rekening moeten houden met verdere onrust en tegelijkertijd de relatie met zowel hun medewerkers als opdrachtgevers goed moeten bewaken.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.