Schoonmaakbedrijven kunnen bij verduurzamingsprojecten van maatschappelijk vastgoed een grotere rol spelen dan alleen het reguliere schoonmaken van een gebouw.
Binnen de subsidieregeling DUMAVA kunnen namelijk projectkosten worden meegenomen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de verduurzaming. Daaronder vallen ook arbeidskosten. Voor schoonmaakondernemers is vooral de vraag interessant wanneer schoonmaak onderdeel wordt van die noodzakelijke werkzaamheden.
DUMAVA is bedoeld voor eigenaren van maatschappelijk vastgoed die hun gebouwen verduurzamen. Denk aan scholen, zorginstellingen, culturele instellingen, sportaccommodaties en andere maatschappelijke gebouwen. De regeling kijkt daarbij niet alleen naar de aanschaf van bijvoorbeeld isolatie of technische installaties. Ook verschillende kosten die noodzakelijk zijn om een verduurzamingsproject daadwerkelijk uit te voeren, kunnen meetellen.
Onder de projectkosten vallen onder meer ontwerp, onderzoeken die nodig zijn voor vergunningen, bouwmaterialen, bouwmaterieel, gebouwgebonden installaties, projectmanagement en arbeid. Ook indexering, sloop en het verwijderen van lood en asbest kunnen onderdeel zijn van de subsidiabele projectkosten.
Daar ontstaat een interessante vraag voor de schoonmaakbranche. Stel dat een gebouw grondig wordt verduurzaamd en bepaalde oppervlakken moeten professioneel worden gereinigd voordat isolatiemateriaal, coatings of installaties kunnen worden aangebracht.
Of dat na sloopwerkzaamheden specialistische reiniging noodzakelijk is voordat het volgende onderdeel van het verduurzamingsproject kan beginnen. Dergelijke werkzaamheden liggen dichter tegen de daadwerkelijke uitvoering van het project aan dan de normale dagelijkse schoonmaak.
Toch betekent dit nadrukkelijk niet dat iedere schoonmaakfactuur bij een DUMAVA-project automatisch subsidiabel is. Reguliere schoonmaak van kantoren, sanitair, gangen of andere ruimten blijft in beginsel een exploitatiekostenpost. Hetzelfde geldt voor structurele schoonmaak nadat de verduurzaming is afgerond.
Het onderscheid zit vooral in de noodzakelijkheid. De hoofdregel bij subsidiabele projectkosten is dat het kosten moeten zijn die redelijkerwijs nodig zijn om het subsidieproject uit te voeren. Arbeidskosten behoren expliciet tot de categorieën die kunnen worden meegenomen. Dat biedt ruimte, maar RVO noemt reguliere of bouwkundige schoonmaak niet als afzonderlijke subsidiabele kostensoort.
Daarom moet een schoonmaakbedrijf voorzichtig zijn met de conclusie dat bijvoorbeeld alle bouwschoonmaak subsidiabel is. Doorslaggevend zal zijn of de betreffende werkzaamheden rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de gesubsidieerde verduurzamingsmaatregel.
Een praktisch voorbeeld is een schoolgebouw waarvan gevels, vloeren of technische ruimten moeten worden voorbereid voordat nieuwe duurzame voorzieningen kunnen worden aangebracht.
Wanneer specialistische reiniging aantoonbaar onderdeel is van die werkzaamheden, is er een veel sterkere argumentatie om deze kosten als onderdeel van de uitvoering op te voeren dan wanneer na afloop simpelweg het hele gebouw wordt schoongemaakt.
Ook bij werkzaamheden rond sloop, lood- of asbestverwijdering kan specialistische reiniging een rol spelen. De kosten van sloop en lood- en asbestverwijdering worden binnen de regeling expliciet genoemd. Maar ook hier moet niet automatisch worden aangenomen dat iedere aansluitende schoonmaakactiviteit wordt vergoed. De relatie met de verduurzamingsmaatregel moet aantoonbaar zijn.
Voor schoonmaakondernemers kan het daarom verstandig zijn om bij grote renovatie- en verduurzamingsprojecten al aan de voorkant met opdrachtgever, aannemer en subsidieadviseur om tafel te gaan. Maak in offertes onderscheid tussen reguliere schoonmaak en specialistische werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de bouwkundige of installatietechnische uitvoering.
Dat kan bijvoorbeeld door precies te omschrijven welke ruimte of ondergrond wordt gereinigd, waarom dat noodzakelijk is voor de volgende verduurzamingsmaatregel, hoeveel arbeidsuren daarvoor nodig zijn en binnen welk onderdeel van het project de werkzaamheden plaatsvinden.
Voor de opdrachtgever is zo’n gespecificeerde begroting eveneens belangrijk. RVO vraagt bij DUMAVA om een gespecificeerde begroting. Bovendien wordt het subsidiebedrag berekend aan de hand van de subsidiabele projectkosten. De huidige rekentool van RVO maakt daarbij expliciet onderscheid tussen advieskosten, energielabel en projectkosten.
Daar ligt mogelijk een kans voor gespecialiseerde schoonmaakbedrijven. De verduurzaming van maatschappelijk vastgoed gaat de komende jaren niet alleen werk opleveren voor aannemers, installateurs en adviseurs. Ook schoonmaakbedrijven kunnen onderdeel van de uitvoeringsketen zijn.
De belangrijkste waarschuwing is echter om richting opdrachtgevers niet te beloven dat schoonmaakwerk automatisch onder DUMAVA valt. Dat staat nergens zo in de regeling. Bij grotere bedragen verdient het daarom aanbeveling om vooraf bij RVO te laten bevestigen of de specifieke werkzaamheden als noodzakelijke projectkosten kunnen worden geaccepteerd.
Voor SIEV-ondernemers is de boodschap daarmee duidelijk: kijk bij verduurzamingsprojecten verder dan de traditionele eindschoonmaak.
Specialistische reiniging die aantoonbaar noodzakelijk is voor de uitvoering van een verduurzamingsmaatregel kan onderdeel zijn van een veel groter project. Maar zorg ervoor dat die noodzaak vooraf goed wordt omschreven en onderbouwd.
Lees meer over de subsidie via Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) | RVO.nl
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.