De nieuwe cao in de schoonmaak- en glazenwassersbranche zorgt voor hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden. Voor werknemers is dat goed nieuws, maar voor werkgevers loopt de rekening snel op. Vooral kleinere schoonmaakbedrijven, waar personeelskosten het grootste deel van de kostprijs vormen, zullen de gevolgen direct merken.
Een eenvoudige rekensom laat zien hoe snel bedragen oplopen. Stel dat een schoonmaakmedewerker gemiddeld 25 uur per week werkt. Dat komt neer op ongeveer 1.300 uur per jaar. Bij een hypothetische loonstijging van 3 procent en een uurloon van 16 euro stijgen de directe loonkosten met ongeveer 624 euro per medewerker per jaar.
Daar blijft het echter niet bij. Over het hogere loon betaalt de werkgever ook meer aan onder meer vakantiegeld, pensioen en sociale werkgeverslasten. Wanneer voor een globale berekening wordt uitgegaan van circa 30 procent bijkomende werkgeverskosten, komt alleen deze loonstijging uit op ongeveer 810 euro extra per werknemer per jaar.
Voor een schoonmaakbedrijf met tien medewerkers betekent dat al ongeveer 8.100 euro extra op jaarbasis. Bij 25 medewerkers loopt dit op naar ruim 20.000 euro en bij vijftig medewerkers naar ongeveer 40.500 euro.
En dan zijn de veranderingen rond reiskosten nog niet meegenomen. Stel dat een werkgever door nieuwe of verbeterde afspraken gemiddeld 40 euro per medewerker per maand méér kwijt is aan woon-werkverkeer en reizen tussen objecten. Dat betekent nog eens 480 euro per medewerker per jaar.
Een onderneming met tien medewerkers komt daarmee op ongeveer 4.800 euro extra reiskosten. Bij 25 werknemers is dat 12.000 euro en bij vijftig medewerkers 24.000 euro.
Worden beide voorbeelden bij elkaar opgeteld, dan ontstaat een duidelijk beeld. Een bedrijf met tien werknemers zou in dit rekenvoorbeeld ongeveer 12.900 euro per jaar extra kwijt zijn. Bij 25 medewerkers gaat het om ruim 32.000 euro en bij vijftig werknemers om circa 64.500 euro.
Dat zijn nadrukkelijk voorbeeldberekeningen. De werkelijke kosten hangen af van onder meer het aantal gewerkte uren, de loongroepen, dienstjaren, reisafstanden, contractvormen en de precieze toepassing van de cao. Ook andere afspraken uit de cao kunnen de uiteindelijke werkgeverskosten beïnvloeden.
Voor mkb-schoonmaakbedrijven zit daar precies het probleem. Veel contracten met opdrachtgevers zijn voor langere tijd afgesloten. Wanneer de personeelskosten sneller stijgen dan de tarieven kunnen worden aangepast, komt de marge onder druk te staan.
Een paar procent hogere loonkosten lijkt op papier misschien overzichtelijk, maar bij tientallen medewerkers gaat het al snel om tienduizenden euro’s per jaar. Bovendien kunnen ondernemers niet automatisch iedere kostenstijging volledig doorberekenen. Opdrachtgevers kijken eveneens kritisch naar hun budget en bij aanbestedingen blijft prijs een belangrijke factor.
De nieuwe cao maakt daarom niet alleen een gesprek met werknemers noodzakelijk, maar ook met opdrachtgevers. Schoonmaakbedrijven zullen hun kostprijs opnieuw moeten berekenen en moeten bepalen of bestaande tarieven nog voldoende zijn om personeel, materiaal, vervoer, verzekeringen en overhead te betalen.
Voor kleinere werkgevers wordt 2026 daarmee vooral een jaar van rekenen. Want betere arbeidsvoorwaarden moeten uiteindelijk ergens uit worden betaald. En wanneer hogere personeelskosten niet in het schoonmaaktarief terechtkomen, worden ze rechtstreeks uit de marge van de ondernemer betaald.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.