Het inhuren van zzp’ers is voor veel schoonmaakbedrijven jarenlang een praktische oplossing geweest voor personeelstekorten, piekdrukte en tijdelijke opdrachten. Maar de risico’s worden groter. De Belastingdienst controleert inmiddels weer actief op schijnzelfstandigheid en vanaf 2026 kunnen bij overtredingen ook vergrijpboetes worden opgelegd. Vooral kleinere schoonmaakbedrijven moeten daarom kritisch kijken naar de manier waarop zij zelfstandigen inzetten.
Het belangrijkste probleem is dat niet de overeenkomst op papier, maar de dagelijkse praktijk bepaalt of iemand werkelijk als zelfstandige werkt. Een contract waarin staat dat een schoonmaker zzp’er is, biedt dus geen garantie.
Wanneer een zelfstandige iedere week op dezelfde tijden voor hetzelfde schoonmaakbedrijf werkt, door dat bedrijf wordt ingepland, instructies van een objectleider krijgt en feitelijk hetzelfde werk uitvoert als werknemers in loondienst, kan de vraag ontstaan of er eigenlijk sprake is van een dienstverband.
Dat risico is in de schoonmaak relatief groot. Veel werkzaamheden worden immers uitgevoerd volgens vaste werkprogramma’s. Een opdrachtgever bepaalt wanneer een pand toegankelijk is, welke ruimtes moeten worden schoongemaakt en aan welke kwaliteitseisen moet worden voldaan. Daardoor is de vrijheid van een ingehuurde zelfstandige in de praktijk soms beperkt.
De gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Als achteraf wordt vastgesteld dat feitelijk sprake was van loondienst, kan de opdrachtgever of het schoonmaakbedrijf dat de zzp’er heeft ingehuurd worden geconfronteerd met correcties en naheffingen van loonheffingen. Daarnaast kunnen arbeidsrechtelijke gevolgen ontstaan. Een werkende kan onder omstandigheden aanspraak maken op rechten die bij een arbeidsovereenkomst horen.
Voor kleine schoonmaakondernemers is dat een serieus financieel risico. Een bedrijf dat bijvoorbeeld structureel tien zzp’ers inzet, kan niet volstaan met de gedachte dat iedereen een KvK-nummer heeft en maandelijks een factuur stuurt. Er moet daadwerkelijk sprake zijn van zelfstandig ondernemerschap.
Daarbij wordt naar het totaalbeeld gekeken. Kan iemand zelf bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd? Kan hij opdrachten weigeren? Loopt de zelfstandige commercieel risico? Werkt hij voor meerdere opdrachtgevers? Investeert hij zelf in zijn onderneming? Treedt hij naar buiten als ondernemer? En vooral: hoe sterk is de aansturing door het schoonmaakbedrijf?
Ook het uurtarief alleen geeft geen zekerheid. Een hoger tarief kan een aanwijzing zijn voor zelfstandigheid, maar iemand wordt niet automatisch ondernemer omdat er €35 of €40 per uur op de factuur staat.
Voor schoonmaakbedrijven is daarom een andere manier van denken nodig. De vraag moet niet langer zijn: hebben we een zzp-overeenkomst? De betere vraag is: gedraagt deze persoon zich tijdens de opdracht daadwerkelijk als zelfstandig ondernemer?
Dat betekent ook dat bedrijven hun personeelsplanning tegen het licht moeten houden. Een zzp’er die tijdelijk wordt ingeschakeld voor een duidelijk omschreven specialistische opdracht is iets anders dan iemand die jarenlang vijf dagen per week tussen de eigen medewerkers hetzelfde reguliere schoonmaakwerk uitvoert.
Juist dat laatste model verdient extra aandacht. Tegelijkertijd zit de branche met een praktisch probleem. Schoonmaakbedrijven hebben mensen nodig. Personeel vinden is moeilijk en zelfstandigen bieden ondernemers flexibiliteit om opdrachten toch uit te voeren. Wanneer die mogelijkheid verder wordt beperkt, kan dat vooral het mkb raken.
Een grote onderneming heeft doorgaans meer mogelijkheden om personeel over verschillende objecten te verdelen. Een klein schoonmaakbedrijf dat onverwacht vijf mensen tekortkomt, heeft die luxe niet. Een aantal zelfstandigen kan dan het verschil maken tussen een opdracht wel of niet kunnen uitvoeren.
Toch is het onverstandig om de risico’s te negeren. Schoonmaakondernemers doen er goed aan hun zzp-bestand per persoon en per opdracht te bekijken. Niet alleen de contracten, maar vooral de feitelijke werkwijze op de werkvloer moet daarbij centraal staan.
Want de tijd dat een KvK-inschrijving, btw-nummer en factuur voldoende leken om iemand als zelfstandige te behandelen, is definitief voorbij. Voor de schoonmaakbranche betekent dat opnieuw extra administratie en onzekerheid. Maar de financiële gevolgen van niets doen kunnen uiteindelijk aanzienlijk groter zijn.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.
.