De aandacht voor duurzaamheid binnen de schoonmaakbranche krijgt er opnieuw een dimensie bij. Sinds 24 september geldt een nieuwe Europese vrijwillige standaard voor duurzaamheidsrapportage voor het midden- en kleinbedrijf. Hoewel veel kleinere schoonmaakbedrijven niet verplicht zijn uitgebreid over duurzaamheid te rapporteren, zullen zij er in de praktijk waarschijnlijk toch steeds vaker mee te maken krijgen.
De reden daarvoor is eenvoudig. Veel schoonmaakbedrijven werken voor grote opdrachtgevers die zelf wél informatie over duurzaamheid verzamelen en rapporteren. Om hun eigen prestaties inzichtelijk te maken, hebben deze organisaties ook gegevens nodig van leveranciers. Daar hoort het schoonmaakbedrijf bij.
Voor kleinere schoonmaakondernemers kan dat betekenen dat tijdens aanbestedingen of contractbesprekingen vaker vragen worden gesteld over bijvoorbeeld energiegebruik, CO2-uitstoot, afvalstromen, schoonmaakmiddelen, vervoer en arbeidsomstandigheden. Ook sociale onderwerpen kunnen een grotere rol krijgen.
De nieuwe Europese standaard moet het voor mkb-bedrijven gemakkelijker maken om dergelijke informatie op een uniforme manier vast te leggen. Dat is belangrijk, omdat kleinere bedrijven anders het risico lopen dat iedere opdrachtgever weer met een eigen vragenlijst komt.
Voor de schoonmaakbranche is dat geen onbelangrijk punt. Veel mkb-schoonmaakbedrijven beschikken niet over aparte duurzaamheidsafdelingen of medewerkers die zich uitsluitend met rapportages bezighouden. De ondernemer of het management moet dergelijke werkzaamheden er vaak zelf bij doen. Nieuwe informatieverzoeken kunnen daardoor al snel extra administratieve lasten opleveren.
Tegelijkertijd liggen er kansen. Schoonmaakbedrijven die hun duurzaamheidsgegevens goed op orde hebben, kunnen dat gebruiken bij aanbestedingen en gesprekken met opdrachtgevers. Denk aan het gebruik van milieuvriendelijkere middelen, zuinige machines, afvalscheiding, elektrisch vervoer of maatregelen om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden.
Duurzaamheid wordt daarmee steeds minder uitsluitend een onderwerp voor de grote schoonmaakconcerns. Ook kleinere bedrijven zullen moeten kunnen uitleggen wat zij doen en, belangrijker nog, dit met gegevens moeten kunnen onderbouwen.
Voor mkb-ondernemers lijkt het daarom verstandig niet te wachten totdat de eerste grote opdrachtgever een uitgebreide vragenlijst opstuurt. Wie nu al begint met het verzamelen van een beperkt aantal relevante gegevens, voorkomt dat later onder tijdsdruk alsnog allerlei informatie boven tafel moet worden gehaald.
Daarbij blijft het belangrijk dat opdrachtgevers rekening houden met de schaal van hun leveranciers. Een schoonmaakbedrijf met twintig of vijftig medewerkers kan niet dezelfde rapportagecapaciteit worden toegedicht als een onderneming met duizenden werknemers.
De ontwikkeling past bij een bredere verandering binnen de branche. Naast prijs, kwaliteit en goed werkgeverschap wordt aantoonbare duurzaamheid steeds vaker onderdeel van de zakelijke relatie tussen schoonmaakbedrijf en opdrachtgever.
Voor kleinere schoonmaakbedrijven is de boodschap daarom vooral praktisch: ook wanneer rapporteren niet verplicht is, betekent dat niet automatisch dat niemand naar de cijfers gaat vragen.
Tekst: Redactie SIEV- Dagblad.