Schoonmaakbedrijven die gebruikmaken van uitzendkrachten of personeel uitlenen aan andere ondernemingen, krijgen te maken met strengere regelgeving. Met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wil de overheid misstanden bij het uitlenen van personeel tegengaan. Voor werkgevers in de schoonmaakbranche betekent dit vooral dat zij scherper moeten controleren met welke personeelsleveranciers zij samenwerken.
Sinds 1 november 2026 kunnen uitlenende bedrijven zich aanmelden voor de overgangsregeling. De aanmeldperiode loopt tot en met 31 december 2026. Daarmee komt een belangrijke verandering dichterbij voor een branche waarin flexibiliteit bij de personeelsplanning vaak noodzakelijk is.
Schoonmaakbedrijven hebben regelmatig te maken met wisselende opdrachten, ziekteverzuim, vakanties en onverwachte personeelsbehoefte. Uitzendkrachten en andere vormen van externe personeelsinzet bieden daarvoor een oplossing. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat deze arbeidskrachten uitsluitend worden ingezet via bedrijven die aan de wettelijke eisen voldoen.
Voor werkgevers brengt dat extra verantwoordelijkheden met zich mee. Het wordt belangrijker om vooraf te controleren of een uitzendbureau of andere uitlener volgens de nieuwe regels personeel mag aanbieden. Wie personeel inhuurt van een onderneming die niet aan de toelatingseisen voldoet, kan uiteindelijk zelf met handhaving en financiële sancties worden geconfronteerd.
Vooral kleinere schoonmaakbedrijven kunnen hierdoor voor nieuwe uitdagingen komen te staan. Zij beschikken doorgaans niet over uitgebreide personeelsafdelingen of juridische ondersteuning. Toch moeten ook deze ondernemers kunnen aantonen dat zij zorgvuldig omgaan met de inzet van externe arbeidskrachten.
De nieuwe regelgeving vraagt bovendien aandacht voor bestaande samenwerkingsverbanden. Schoonmaakbedrijven die al jarenlang met hetzelfde uitzendbureau werken, doen er verstandig aan om tijdig na te gaan of hun leverancier zich voorbereidt op de nieuwe verplichtingen.
Daarmee raakt de wet mogelijk meer ondernemers dan alleen de traditionele uitzendbureaus. De invoering van het toelatingsstelsel is voorzien voor 1 januari 2027. Vanaf dat moment moeten uitleners zich voorbereiden op het nieuwe systeem. De daadwerkelijke handhaving van de toelatingsplicht staat gepland vanaf 1 januari 2028.
Voor schoonmaakwerkgevers is het belangrijk onderscheid te maken tussen deze verschillende momenten. De aanmeldperiode die nu loopt, is in de eerste plaats bedoeld voor ondernemingen die arbeidskrachten uitlenen en gebruik willen maken van de overgangsregeling. Schoonmaakbedrijven die uitsluitend personeel inhuren, hoeven zich niet om die reden zelf als uitlener aan te melden..
Voor schoonmaakbedrijven die werken met langdurige contracten en vooraf vastgestelde tarieven, kan dat financiële gevolgen hebben. Niet iedere opdrachtgever zal bereid zijn hogere kosten voor flexibel personeel te vergoeden Daarom is het verstandig om bij nieuwe contracten rekening te houden met mogelijke veranderingen in de kosten van externe arbeidskrachten. Ook bestaande afspraken met uitzendbureaus verdienen een kritische beoordeling. De komende periode wordt vooral belangrijk voor schoonmaakondernemers die zelf personeel uitlenen. Zij moeten nagaan of hun bedrijfsactiviteiten onder de Wtta vallen en welke stappen nodig zijn om straks aan het toelatingsstelsel te voldoen.
Voor werkgevers die personeel inhuren, ligt de nadruk op controle van leveranciers, duidelijke contractuele afspraken en het voorkomen van financiële risico’s. De nieuwe uitzendwet moet misstanden bestrijden en eerlijke concurrentie bevorderen. Voor de schoonmaakbranche is het echter minstens zo belangrijk dat de regels uitvoerbaar blijven voor het midden- en kleinbedrijf.
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.