Een uitzendonderneming moet twee Poolse schoonmakers alsnog ruim 24.000 euro aan reiskosten betalen. De kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland oordeelde dat de werkgever zich niet kon verschuilen achter het argument dat niet bekend was waar de werknemers daadwerkelijk woonden. De uitspraak onderstreept het belang van een goede personeelsadministratie en een juiste toepassing van de arbeidsvoorwaarden in de schoonmaakbranche.
De twee werknemers waren als uitzendkracht werkzaam in de schoonmaak en hadden op grond van de voor hen geldende arbeidsvoorwaarden recht op een kilometervergoeding. Die vergoeding was echter niet uitbetaald. De zaak draaide vervolgens onder meer om de vraag in hoeverre de werkgever verantwoordelijk was voor het vaststellen van het woonadres en daarmee de reiskosten van de werknemers.
Volgens de kantonrechter heeft een werkgever de verantwoordelijkheid om een deugdelijke administratie bij te houden. Daar hoort ook bij dat wordt gevraagd naar de woonplaats van een werknemer. De betrokken onderneming stelde niet op de hoogte te zijn geweest van het daadwerkelijke woonadres, maar dat argument bood volgens de rechter onvoldoende grond om de vergoeding niet te betalen.
De schoonmakers konden bovendien voldoende aannemelijk maken dat zij de betreffende reizen daadwerkelijk hadden gemaakt. Zij hadden bij hun eerste gesprek met het wervingsbureau al aangegeven dat zij op aanzienlijke afstand van hun werk woonden. Dat gegeven werd tijdens de procedure onvoldoende weersproken.
De juridische werkgever bleef daarbij verantwoordelijk voor een correcte toepassing van de arbeidsvoorwaarden. De onderneming kon die verantwoordelijkheid volgens de rechter niet afschuiven op de partij die de werknemers had geworven. Uiteindelijk moet ruim 24.000 euro aan achterstallige reiskosten aan de twee werknemers worden betaald, aangevuld met rente.
Een gevorderde wettelijke verhoging werd niet toegewezen. De rechter beschouwde de reiskostenvergoeding als een onkostenvergoeding en niet als loon. Ook een door vakbond CNV gevorderde immateriƫle schadevergoeding van 7.500 euro werd afgewezen, omdat onvoldoende was aangetoond dat sprake was van stelselmatige ontduiking van de cao.
Waarschuwing voor schoonmaakbedrijven
De uitspraak is ook voor werkgevers in de schoonmaakbranche relevant. Bedrijven die zelf werknemers in dienst hebben, maar ook organisaties die met uitzendkrachten of andere vormen van flexibele arbeid werken, moeten goed controleren welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn en welke gegevens nodig zijn om vergoedingen correct te berekenen.
Een onvolledig personeelsdossier betekent niet automatisch dat een werkgever onder betalingsverplichtingen uitkomt. Juist bij reiskosten, toeslagen en andere cao-vergoedingen kan een fout die lange tijd blijft bestaan uiteindelijk leiden tot een forse nabetaling.
De zaak laat daarmee zien dat een goede administratie meer is dan een formaliteit. Voor schoonmaakondernemers kan het verstandig zijn periodiek te controleren of woonadressen actueel zijn en of reiskosten en andere vergoedingen overeenkomstig de geldende arbeidsvoorwaarden worden verwerkt. Daarmee kunnen kostbare discussies en procedures achteraf worden voorkomen.
Tekst: Reactie SIEV Dagblad.