Prinsjesdag kan behoorlijk veel betekenen voor schoonmaakbedrijven, maar voor Prinsjesdag 2026 is het definitieve plaatje nog niet bekend. Die is op dinsdag 15 september 2026; dan presenteert het kabinet de Miljoenennota, Rijksbegroting en het Belastingplan 2027.
Voor de schoonmaakbranche zijn vooral de plannen rond personeel en loonkosten belangrijk. Schoonmaak is arbeidsintensief, waardoor veranderingen in minimumlonen, werkgeverslasten en fiscale regelingen relatief snel doorwerken in de kostprijs. Zo staat al vast dat het minimumjeugdloon vanaf 1 januari 2027 omhooggaat. Voor werknemers van 16 tot en met 20 jaar worden de minimumjeugdlonen verhoogd richting het reguliere minimumloon.
Daarnaast komt er waarschijnlijk meer aandacht voor werkgeversverplichtingen. Het kabinet werkt aan nieuwe regels tegen onderbetaling, waarbij werkgevers in bepaalde situaties zelf moeten kunnen aantonen dat minimaal het wettelijk minimumloon is betaald. Dat is voor de schoonmaak relevant, omdat in de sector veel werknemers, waaronder arbeidsmigranten, actief zijn.
Ook loontransparantie wordt een onderwerp. Het kabinet streeft naar invoering van nieuwe regels per 1 januari 2027. Werkgevers moeten onder meer objectieve criteria hanteren voor de waardering en beloning van functies. Voor bedrijven vanaf 100 werknemers komen op termijn aanvullende rapportageverplichtingen over loonverschillen.
Een ander aandachtspunt is de werkkostenregeling. Het kabinet neemt in augustus besluiten over mogelijke vereenvoudigingen en maakt op Prinsjesdag bekend welke daarvan worden doorgezet. Dat kan gevolgen hebben voor de manier waarop schoonmaakbedrijven bijvoorbeeld reiskosten, opleidingen en andere voorzieningen voor werknemers fiscaal behandelen.
Bij de SIEV-leden zou Prinsjesdag daarom vooral deze punten kunnen beoordelen: personeelskosten, minimum(jeugd)loon, werkgeverslasten, fiscale maatregelen voor mkb’ers, regels rond personeel en flexwerk, verduurzamingsregelingen, investeringsaftrek en eventuele maatregelen tegen regeldruk.
Voor schoonmaakondernemers is vervolgens de vraag of hogere kosten kunnen worden doorberekend aan opdrachtgevers. Bij contracten met krappe marges kunnen wijzigingen in lonen en werkgeverslasten immers direct invloed hebben op het rendement.
Redactie: Tekst SIEV Dagblad.