De plannen die het kabinet op Prinsjesdag heeft gepresenteerd, lijken op het eerste gezicht misschien vooral over koopkracht, belastingen en de Nederlandse economie te gaan. Voor schoonmaakbedrijven zitten er echter verschillende maatregelen tussen die vanaf 2027 rechtstreeks merkbaar kunnen worden. Vooral hogere werkgeverslasten, reiskosten, waterverbruik en de voortdurende discussie over personeel en arbeidsongeschiktheid verdienen aandacht.
Een belangrijke verandering is de verhoging van de maximale onbelaste kilometervergoeding van 23 naar 25 cent per kilometer. Die verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Voor veel werkgevers is dat alleen een fiscaal maximum en dus niet automatisch het bedrag dat zij moeten betalen.
Voor de schoonmaakbranche ligt dat anders. In de nieuwe cao is afgesproken dat werknemers vanaf 1 januari 2027 voor alle woon-werkkilometers een vergoeding krijgen die aansluit bij het maximale fiscaal onbelaste bedrag. De verhoging naar 25 cent sluit daar dus direct op aan.
Dat is goed nieuws voor schoonmakers die dagelijks naar verschillende werklocaties moeten reizen, maar voor werkgevers betekent het opnieuw een kostenpost waarmee in de calculaties voor 2027 rekening moet worden gehouden. Zeker bij bedrijven met honderden medewerkers en veel reisbewegingen kunnen enkele centen per kilometer uiteindelijk behoorlijk oplopen.
Daar blijft het niet bij. Ook de premie voor de Werkhervattingskas gaat omhoog. Uit deze premie worden onder andere WGA-uitkeringen betaald. De stijging hangt samen met de hogere kosten van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Voor werkgevers betekent dit dat de totale personeelskosten verder onder druk kunnen komen te staan.
Juist voor schoonmaakbedrijven is dat relevant. De branche is zeer arbeidsintensief. Een groot deel van de kostprijs bestaat uit lonen en werkgeverslasten. Een relatief kleine procentuele verhoging van die lasten heeft daardoor al snel meer invloed dan bij bedrijven waar personeelskosten een kleiner gedeelte van de totale kosten vormen.
Tegelijkertijd heeft het kabinet een aantal eerder aangekondigde ingrepen in de sociale zekerheid uitgesteld. Zo gaat de voorgenomen verkorting van de WW voorlopig niet door en is ook afgezien van een verlaging van het maximumdagloon. Andere voorgenomen bezuinigingen op arbeidsmarkt en sociale zekerheid zijn een jaar doorgeschoven.
Interessant voor de schoonmaakbranche is vooral dat het kabinet nadrukkelijk meer mensen aan het werk wil krijgen. Dat is voor een sector die al jarenlang met personeelstekorten kampt van groot belang. Er komt onder meer meer aandacht voor het sneller naar werk begeleiden van mensen die werkloos of ziek raken. Ook wil het kabinet meer nieuwkomers laten deelnemen aan het arbeidsproces.
Daar kunnen kansen liggen. Schoonmaakbedrijven hebben traditioneel een belangrijke functie bij het bieden van werk aan mensen die op andere plekken moeilijker toegang tot de arbeidsmarkt vinden. Als het beleid daadwerkelijk leidt tot een groter beschikbaar arbeidspotentieel, kan de branche daarvan profiteren. De praktijk zal moeten uitwijzen hoeveel extra medewerkers hierdoor daadwerkelijk beschikbaar komen.
Een opvallende maatregel die schoonmaakbedrijven eveneens kan raken, betreft de belasting op leidingwater. Die gaat omhoog en bovendien verdwijnt vanaf 2027 het bestaande heffingsplafond. Daardoor wordt belasting geheven over al het geleverde drinkwater.
Voor een regulier schoonmaakbedrijf hoeft dat niet onmiddellijk tot enorme bedragen te leiden, maar bij werkzaamheden en opdrachtgevers waar veel water wordt gebruikt kan de maatregel wel degelijk merkbaar worden. Ook vormt het opnieuw een stimulans om te investeren in schoonmaaktechnieken waarbij minder water nodig is.
Daarmee krijgt innovatie opnieuw een financiële component. Het kabinet wil investeringen en productiviteitsgroei stimuleren en verhoogt onder meer het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek van 40 naar 45 procent. Voor schoonmaakondernemers kan het daarom interessant zijn om bij toekomstige investeringen nadrukkelijker te kijken naar energiezuinige apparatuur en andere technologie die voor fiscale regelingen in aanmerking kan komen.
Voor ondernemers die veel bedrijfswagens gebruiken, blijft mobiliteit eveneens een aandachtspunt. De accijnskorting op benzine en diesel wordt verlengd tot 2028. Dat voorkomt voorlopig een extra stijging aan de pomp vanuit die maatregel. Voor glazenwassers, gevelreinigers en specialistische schoonmaakbedrijven met veel voertuigen op de weg is dat niet onbelangrijk.
De rode draad na Prinsjesdag is echter duidelijk: de druk op de kostprijs van schoonmaak blijft groot. Naast de nieuwe cao, hogere lonen en de uitgebreidere reiskostenvergoeding krijgen werkgevers te maken met hogere sociale premies en mogelijk hogere kosten op andere onderdelen van hun bedrijfsvoering.
Daarmee wordt het voor schoonmaakondernemers steeds belangrijker om hun tarieven en contracten tijdig tegen het licht te houden. Kostenstijgingen die niet in offertes en prijsafspraken worden verwerkt, komen uiteindelijk rechtstreeks ten laste van de marge.
Prinsjesdag 2026 brengt dus niet één grote maatregel die de schoonmaakbranche volledig op zijn kop zet. Het zijn vooral meerdere kleinere veranderingen die bij elkaar kunnen optellen tot een aanzienlijk bedrag.
En juist in een branche waar de marges traditioneel beperkt zijn, kunnen die paar procent hier en enkele centen daar uiteindelijk het verschil maken tussen een gezond contract en een opdracht waarop moet worden toegelegd.
Tekst: Redactie SIEV-dagblad.