Duurzaamheid wordt voor werkgevers in de schoonmaakbranche steeds minder vrijblijvend. Sinds 24 september is een nieuwe Europese standaard voor duurzaamheidsrapportage van kracht. Hoewel de meeste kleinere en middelgrote schoonmaakbedrijven niet wettelijk verplicht zijn zelf zo’n uitgebreide rapportage te maken, kunnen zij er via hun opdrachtgevers wel degelijk mee worden geconfronteerd.
Dat is juist voor de achterban van branchevereniging SIEV een belangrijk aandachtspunt. Veel kleinere schoonmaakondernemers hebben geen aparte duurzaamheidsmanager, juridische afdeling of medewerkers die zich dagelijks bezighouden met rapportages. De ondernemer moet dit soort werkzaamheden vaak zelf uitvoeren, naast personeelszaken, planning, acquisitie en de dagelijkse bedrijfsvoering.
De nieuwe Voluntary Standard (VS) is bedoeld voor bedrijven uit het MKB. Vanaf boekjaar 2027 moeten bepaalde grote ondernemingen rapporteren over hun impact op mens en milieu. Om die informatie compleet te krijgen, zullen zij ook gegevens nodig hebben van bedrijven waarmee zij samenwerken. Een schoonmaakbedrijf dat zelf geen rapportageplicht heeft, kan daardoor toch vragen van een grote opdrachtgever krijgen.
Voor werkgevers in de schoonmaak wordt daarom vooral belangrijk wát opdrachtgevers straks precies willen weten. Dat kan gaan om duurzaamheidsbeleid en concrete prestaties, maar ook om aanvullende gegevens die nodig zijn om de eigen rapportages van een opdrachtgever compleet te maken.
Daar ligt tegelijkertijd een risico voor het mkb. Wanneer iedere opdrachtgever zijn eigen uitgebreide vragenlijst gaat gebruiken, ontstaat opnieuw een administratieve belasting die kleinere bedrijven relatief hard raakt. Juist daarom is de gedachte achter één uniforme standaard interessant. Een schoonmaakondernemer zou gegevens één keer op een gestructureerde manier moeten kunnen verzamelen en vervolgens voor meerdere opdrachtgevers kunnen gebruiken.
Daarbij is nog iets van belang. De nieuwe standaard moet niet alleen zorgen voor uniformiteit, maar kleinere bedrijven ook beschermen tegen overvraging. Er is duidelijker vastgelegd welke informatie grote bedrijven wel en niet bij hun leveranciers mogen opvragen. Voor ondernemingen met maximaal tien werknemers gelden bovendien op onderdelen vereenvoudigingen.
Voor SIEV-leden is het daarom verstandig deze ontwikkeling niet uitsluitend als nieuwe regelgeving te bekijken. Duurzaamheid wordt steeds vaker onderdeel van de commerciële relatie met opdrachtgevers. Een schoonmaakbedrijf dat bij een aanbesteding direct inzichtelijk kan maken wat het doet en welke resultaten daarbij worden bereikt, kan daarmee ook zijn professionaliteit aantonen.
Tegelijkertijd mag van opdrachtgevers worden verwacht dat zij oog houden voor de schaal van hun schoonmaakpartner. Van een regionaal schoonmaakbedrijf met twintig, vijftig of honderd medewerkers kan niet dezelfde administratieve organisatie worden verlangd als van een concern met duizenden werknemers.
De uitdaging voor de komende periode wordt dan ook om duurzaamheid aantoonbaar te maken zonder dat een nieuwe papierwinkel ontstaat. Voor kleinere werkgevers in de schoonmaakbranche zou de nieuwe standaard juist moeten leiden tot minder verschillende vragenlijsten en meer duidelijkheid over welke informatie daadwerkelijk noodzakelijk is.
Voor SIEV en haar leden ligt hier eveneens een onderwerp om nauwlettend te volgen. Wanneer opdrachtgevers steeds meer duurzaamheidsgegevens gaan verlangen, is het van belang dat de eisen werkbaar en proportioneel blijven. Verduurzaming moet voor mkb-schoonmaakbedrijven immers praktisch uitvoerbaar blijven en niet veranderen in een administratieve wedstrijd die vooral grotere ondernemingen kunnen volhouden.
Redactie: Tekst SIEV Dagblad.