Er is een nieuwe stap gezet rond de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Partijen bij de cao hebben bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek ingediend om bepalingen uit de cao 2026-2029 algemeen verbindend te verklaren. Daarmee komt een belangrijk moment dichterbij voor werkgevers in de schoonmaakbranche, ook voor bedrijven die niet zijn aangesloten bij een werkgeversorganisatie.
De officiële procedure is inmiddels gestart. Belanghebbenden hebben tot 15 oktober de mogelijkheid om bedenkingen tegen het verzoek in te dienen. Tot diezelfde datum kunnen ook verzoeken om dispensatie worden gedaan.
Voor schoonmaakondernemers is een algemeen verbindend verklaring, meestal afgekort tot AVV, van groot belang. Wanneer cao-bepalingen algemeen verbindend worden verklaard, gelden deze bepalingen in beginsel voor alle werkgevers en werknemers die onder de werkingssfeer ervan vallen. Het maakt dan niet uit of een individuele werkgever zelf betrokken was bij de onderhandelingen of lid is van een organisatie die de cao heeft afgesloten.
Juist voor het midden- en kleinbedrijf kan dat grote gevolgen hebben. Lonen en andere arbeidsvoorwaarden bepalen voor een belangrijk deel de kostprijs van schoonmaakwerk. Wanneer arbeidsvoorwaarden veranderen, moeten bedrijven daarmee rekening houden bij hun personeelskosten, calculaties en offertes aan opdrachtgevers.
Dat speelt des te meer in een branche waarin marges regelmatig onder druk staan. Veel schoonmaakcontracten lopen langere tijd, terwijl hogere personeelskosten niet altijd onmiddellijk bij de opdrachtgever kunnen worden neergelegd. Voor ondernemers is het daarom belangrijk om bij nieuwe contracten en aanbestedingen rekening te houden met mogelijke toekomstige kostenstijgingen.
De procedure rond de algemeen verbindend verklaring krijgt bovendien extra betekenis door de bijzondere situatie rond de nieuwe cao. CNV en Schoonmakend Nederland bereikten overeenstemming, terwijl FNV zich niet bij het akkoord aansloot. De vakbond heeft zich kritisch opgesteld en voerde acties tegen onderdelen van het akkoord.
Daarmee lopen er feitelijk twee ontwikkelingen naast elkaar. Aan de ene kant bestaat er discussie over de inhoud van de gemaakte cao-afspraken. Aan de andere kant wordt via de officiële procedure gewerkt aan het breder laten gelden van cao-bepalingen binnen de bedrijfstak.
Voor werkgevers verandert er door de publicatie van het verzoek overigens niet onmiddellijk iets. Het gaat op dit moment om een verzoek tot algemeen verbindend verklaring en nog niet om het uiteindelijke besluit van de minister. Eerst loopt de termijn waarin belanghebbenden bedenkingen en dispensatieverzoeken kunnen indienen.
Voor mkb-schoonmaakbedrijven is het verstandig die procedure nauwlettend te volgen. Niet alleen vanwege de juridische verplichtingen die uiteindelijk kunnen ontstaan, maar vooral vanwege de financiële consequenties. Personeelskosten vormen immers verreweg een van de belangrijkste kostenposten binnen een schoonmaakbedrijf.
Daarnaast speelt de concurrentiepositie een rol. Een algemeen verbindend verklaarde cao heeft mede tot gevolg dat bedrijven binnen dezelfde werkingssfeer aan dezelfde algemeen verbindend verklaarde arbeidsvoorwaarden zijn gebonden. Dat moet voorkomen dat ondernemingen uitsluitend op lagere arbeidsvoorwaarden met elkaar concurreren.
Tegelijkertijd neemt dat niet weg dat kleinere bedrijven soms anders tegen cao-afspraken aankijken dan grote landelijke schoonmaakconcerns. Een kostenstijging die een grote onderneming over honderden contracten kan verdelen, kan bij een mkb-bedrijf veel harder aankomen. Zeker wanneer opdrachtgevers vasthouden aan bestaande tarieven.
De komende weken zijn daarom belangrijk. Tot 15 oktober kunnen bedenkingen en dispensatieverzoeken worden ingediend. Daarna zal de procedure verdergaan richting een besluit over het algemeen verbindend verklaren van bepalingen uit de cao.
Voor schoonmaakondernemers is dit geen administratieve formaliteit die alleen werkgeversorganisaties en vakbonden aangaat. Uiteindelijk kan het besluit rechtstreeks gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden, personeelskosten en prijsstelling van bedrijven in de sector.
Vooral voor het mkb is daarom één vraag van belang: wat betekenen de nieuwe afspraken straks concreet voor mijn bedrijf én zijn mijn tarieven voldoende om die verplichtingen te kunnen betalen?
Tekst: Redactie SIEV Dagblad.